In de btw is een faciliteit opgenomen voor de overgang van een onderneming. Deze faciliteit houdt in dat bij de overgang van een onderneming geacht wordt geen leveringen of diensten plaats te vinden en dat degene op wie de onderneming overgaat in de plaats treedt van de btw-rechten en verplichtingen van degene die de onderneming overdraagt (bijv. de herzieningsverplichting). De faciliteit, ook wel de ‘niet-leveringsregel’ genoemd, voorkomt dat per goed of dienst dat in het kader van de overgang van de onderneming overgaat op de verkrijger nagegaan te worden of en, zo ja, hoeveel btw verschuldigd is. Daarnaast voorkomt deze btw-faciliteit dat de verkrijger van de onderneming een aanzienlijk btw-bedrag moet voorfinancieren. De btw-faciliteit voor de overgang van een onderneming staat in diverse Europese zaken in de schijnwerpers. In deze bijdrage laten we deze zaken de revue passeren.
Eind 2025 is door de Hoge Raad aan het Hof van Justitie EU de vraag voorgelegd of de verkoop van (btw-vrijgesteld) verhuurd vastgoed door een projectontwikkelaar aan een vastgoedbelegger aan te merken is als een overgang van een algemeenheid van goederen. Zo ja, dan is de projectontwikkelaar over de levering van het nieuwe vastgoed geen btw verschuldigd en treedt de vastgoedbelegger in de btw-rechten en verplichtingen van de projectontwikkelaar. Het voordeel? De btw-druk op dit ontwikkelde vastgoed blijft bij toepassing van de btw-faciliteit beperkt tot de niet-aftrekbare btw op de kosten van de projectontwikkelaar; op de door de projectontwikkelaar toegevoegde waarde drukt geen btw. Het Hof van Justitie EU heeft deze zaak doorgestuurd naar het Gerecht. Het Gerecht moet in deze zaak, die geregistreerd staat onder de naam “Roenes” nog een beslissing nemen. Voor de vastgoedpraktijk is dit een zaak om in de gaten te houden.
De zaak Roenes is niet de enige zaak over de faciliteit voor de overgang van een onderneming die bij het Europese Gerecht ligt. In de zaak “A&P Deco NV” heeft A-G Brkan geconcludeerd dat bij een overgang van een tuincentrum, waarbij het bedrijfspand niet wordt overgedragen maar aan de koper btw-vrijgesteld wordt verhuurd, de verhuur van het bedrijfsgebouw niet deelt in deze faciliteit. De verhuur van het bedrijfspand is een doorlopende dienst die vanaf de overdracht van de onderneming plaatsvindt aan de koper van de onderneming. Het gevolg? Een herzieningscorrectie bij de verkoper van de onderneming vanwege de btw-vrijgestelde verhuur. In Nederland kan deze herziening voorkomen worden door te kiezen voor btw-belaste verhuur wanneer de koper, zoals in deze zaak, een aftrekgerechtigde onderneming is en de koper het gehuurde vastgoed voor minimaal 90% voor zijn aftrekgerechtigde activiteiten gaat gebruiken. In deze zaak moet het Gerecht nog een beslissing nemen. Deze zaak laat niettemin zien dat het voor partijen van belang is om de btw-gevolgen van een overgang van een onderneming zorgvuldig in kaart te (laten) brengen voordat de handtekeningen zijn gezet.
De laatste Europese zaak betreft de zaak “D.B.”. In deze zaak gaat het niet om de verkoop, maar om de schenking van een onderneming. Hoewel de btw een transactiebelasting is, kan een overgang van goederen om niet tot btw-heffing leiden wanneer de ondernemer die de goederen schenkt ter zake van deze goederen, zoals voorraad en inventaris, btw-aftrek heeft genoten. In de zaak “D.B.” gaat het om een onderneming van een moeder die haar twee dochters ieder 50% van haar onderneming schenkt. De twee dochters brengen dit geschonken 50%-belang vervolgens in in hun gezamenlijke v.o.f., een bestaande onderneming, en deze v.o.f. zet de economische activiteit van het bedrijf van hun moeder voort. Van een afstand bezien lijkt sprake van een overgang van een onderneming. A-G Martín Y Perez de Nanclares concludeert niettemin dat de faciliteit van de overgang van een onderneming toepassing mist. Naar zijn mening moeten de schenkingen van het 50%-belang aan de twee dochters afzonderlijk worden bezien en is bij die afzonderlijke schenking geen sprake van een ondergang van een onderneming. Met een 50%-belang van een onderneming kan immers geen economische activiteit worden voortgezet. Bovendien zetten de dochters de onderneming ook niet voort; zij brengen het geschonken 50%-belang in in hun gezamenlijke v.o.f. en die v.o.f. zet de economische activiteit voort. Het Gerecht moet in deze zaak nog een beslissing nemen.
In deze bijdrage zijn drie bij het Gerecht aanhangige zaken over de btw-faciliteit voor de overgang van een onderneming de revue gepasseerd. Het is dan ook niet te veel gezegd dat deze btw-faciliteit in de Europese spotlights staat. Hoewel de beslissingen van het Gerecht nog volgen, maken deze aanhangige zaken duidelijk dat het voor partijen die betrokken zijn bij een overgang van een onderneming van groot belang is om niet te snel aan te nemen dat de btw-faciliteit van toepassing is, maar dit vooraf zorgvuldig te (laten) toetsen. Vanzelfsprekend zijn de btw-specialisten van BTW-INSTITUUT u hiermee graag van dienst.
Wilt u of uw cliënt een bedrijf of verhuurd vastgoed overdragen of overnemen? Onze btw-specialisten denken graag met u mee over de optimalisering van uw btw-positie. Neem hiervoor contact met ons op via het telefoonnummer 078 – 622 54 52 of het e-mailadres info@btwinstituut.nl.
Deze website gebruikt cookies. Door gebruik te maken van deze website, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies. Lees meer