Kringloopwinkels spelen een belangrijke rol in de circulaire economie. Ze dragen bij aan het verlengen van de levensduur van producten en bieden werkgelegenheid aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Op de verkoop van tweedehands goederen wordt doorgaans de margeregeling toegepast. Die regeling houdt in dat btw verschuldigd is uit het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs, de marge. Het doel van deze regeling is het voorkomen dat over hetzelfde consumptiegoed meermaals btw verschuldigd is. In de praktijk blijkt het doel van deze regeling te worden gemist wanneer een kringloopwinkel goederen geschonken krijgt.
Casus: Kringloopwinkel ‘De Schatkamer’
De Schatkamer is een bloeiende kringloopwinkel vol met vergeten juweeltjes. Bedrijfsleider Jan biedt een sociale werkplek aan en de dagelijkse werkzaamheden bestaan uit het in ontvangst nemen van goederen, controle op bruikbaarheid en natuurlijk de verkoop van de goederen. Jan worstelt echter met één probleem: de btw-heffing voelt onrechtvaardig. De kringloopwinkel mag de margeregeling toepassen op de in- en verkoop van de tweedehands spullen, met als doel dat dubbele btw-heffing wordt voorkomen.
De meeste spullen die De Schatkamer ontvangt komen binnen via schenkingen. Zo doneerde de heer De Vries een prachtige, zeldzame vaas. De inkoopprijs is dus nihil. De vaas blijkt gewild en Jan verkoopt hem voor € 400,-. De winstmarge is gelijk aan de volledige verkoopprijs. Jan betaalt 21% btw uit de gehele opbrengst van het geschonken artikel. Als er een inkoopprijs voor de vaas betaald wordt, bijvoorbeeld € 200,-, dan had Jan alleen uit de door hem toegevoegde marge (€ 200,-) btw hoeven af te dragen.
In het verleden is in veel gevallen al btw betaald over de goederen die De Schatkamer geschonken krijgt. Daarom voelt het voor Jan onrechtvaardig dat bij verkoop door De Schatkamer opnieuw btw over de gehele waarde moet worden betaald. Gezien de doelstelling van kringloopwinkels om gebruikte spullen een tweede leven te geven, zou volgens hem een verlaagd tarief of een btw-vrijstelling op de verkopen meer op zijn plaats zijn.
Uitspraak Rechtbank Gelderland
In 2022 besloot een Gelderse kringloopwinkel haar werkwijze te veranderen. De stichting achter de winkel wilde graag profiteren van de margeregeling in de btw. Goederen die geschonken werden, zouden op papier worden gekocht tegen een bepaalde prijs. Dit bedrag werd vervolgens geschonken door de schenker van de goederen. Op deze manier werd er een inkoopprijs gecreëerd, waardoor op grond van de margeregeling minder btw verschuldigd zou zijn.
In theorie leek het sluitend: er werd gekocht, betaald en weer geschonken. In de praktijk ging het anders. De kringloop betaalde niemand daadwerkelijk en geen enkele schenker van de gebruikte goederen vroeg ooit om een vergoeding of een kwitantie voor de zogenoemde gift.
Toen de stichting in haar btw-aangifte over juli 2022 gebruikmaakte van de margeregeling en vervolgens een teruggaaf vroeg, wees de Belastingdienst dat verzoek af. De stichting ging in bezwaar en daarna in beroep. De rechter constateerde dat de kringloop geen vergoeding had betaald, dat inbrengers niet op de hoogte waren van de constructie en dat er geen echte keuzevrijheid bestond. De inkoopprijs bestond alleen op papier. Daarom oordeelde de rechtbank dat de margeregeling niet op deze manier kon worden toegepast. De btw over de verkoop van de tweedehands goederen moest gewoon uit de volledige verkoopprijs, de daadwerkelijke marge, worden berekend.
Praktijkbelang
Voor de praktijk betekent de uitspraak van Rechtbank Gelderland dat er bij toepassing van de margeregeling moet worden uitgegaan van een werkelijk betaalde inkoopprijs. Er wordt in Nederland geen ruimte geboden aan kringloopwinkels om geschonken goederen te waarderen tegen een fictieve inkoopprijs. Er is hoger beroep aangetekend tegen de uitspraak van Rechtbank Gelderland.
Deze website gebruikt cookies. Door gebruik te maken van deze website, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies. Lees meer