19 mei 2020Rapporten Bouwstenen voor een beter belastingstelsel en de btw

Staatssecretaris Vijlbrief heeft de rapporten Bouwstenen voor een beter belastingstelsel aan de Tweede Kamer aangeboden. Wij hebben de btw-aspecten van deze rapporten op een rij gezet.

Door de voormalige Staatssecretaris van Financiën was toegezegd om begin 2020 met concrete bouwstenen en voorstellen te komen voor verbeteringen en vereenvoudigingen van het belastingstelsel. Deze bouwstenen en voorstellen zijn opgesteld zonder politieke sturing en zijn bedoeld om uitgewerkte beleidsopties op te leveren voor een volgende kabinet. Er zijn tien verschillende onderzoeken uitgevoerd. In dit nieuwsbericht zetten wij de geschetste btw-beleidsopties op een rij.

Forfaitaire btw-aftrekcorrectie privégebruik auto

Op grond van de huidige regels geldt voor auto’s die zowel zakelijk als privé gebruikt worden als uitgangspunt dat de btw op de autokosten volledig in aftrek mag worden gebracht – mits de btw-ondernemer uitsluitend belaste prestaties verricht – en dat in de laatste btw-aangifte van het kalenderjaar een heffing over het privégebruik moet worden voldaan. De heffing over het privégebruik van de auto is sinds de invoering per 1 juli 2011 vaak onderwerp van procedures (geweest). Om de btw-correctie voor het privégebruik van de auto voor de Belastingdienst te vereenvoudigen wordt geopperd om een btw-correctie voor het privégebruik van de auto in te voeren op basis van een vooraf vastgesteld aftrekpercentage dat geldt voor alle autokosten. Het voordeel hiervan is dat de btw-aftrek ter zake van alle autokosten direct gecorrigeerd wordt bij ontvangst van de factuur (lees: geen afzonderlijk heffingsmoment meer aan het einde van het jaar) en dat het percentage van de niet-aftrekbare btw op alle autokosten vooraf vaststaat. Het nadeel is dat het niet meer mogelijk is voor een btw-ondernemer om een lagere btw-correctie aannemelijk te maken. Omdat deze forfaitaire btw-aftrekbeperking niet toegestaan is op grond van de Btw-richtlijn zal Nederland een derogatieverzoek moeten indienen bij de Raad van de EU. Helemaal nieuw is de geschetste vereenvoudiging overigens niet, omdat in Nederland tot 1 juli 2011 voor margeauto’s goedgekeurd werd dat een forfaitaire btw-aftrekcorrectie werd toegepast van 25% wegens het privégebruik van de auto.

Btw op vliegtickets

Als mogelijke fiscale vergroening is gewezen op de mogelijkheid om btw te heffen over vliegtickets. Deze maatregel is minder spectaculair dan zij lijkt. Op grond van de Btw-richtlijn is het niet toegestaan is om btw te heffen over het deel van de internationale vlucht dat buiten Nederlands grondgebied plaatsvindt. Dit betekent dat alleen 21% of 9% btw geheven kan worden op binnenlandse vluchten en het Nederlandse deel van de internationale vluchten. Vanwege de grote uitvoeringslasten die verbonden zijn aan het vaststellen van het Nederlandse deel van de internationale vluchten betwijfelen wij of dit een verstandige zet zou zijn. De introductie van een vliegbelasting op de ticketverkoop lijkt ons inziens een fiscaal eenvoudiger en groener alternatief. Wij merken op dat de rapporten zijn opgesteld vóór de coronacrisis. Omdat de luchtvaartmaatschappijen, zoals Air France-KLM, door deze crisis zwaar getroffen zijn, achten wij de kans klein dat een dergelijke vergroeningsmaatregel door het eerstvolgende kabinet zal worden  ingevoerd.

Verhoging verlaagde btw-tarieven van 9% naar 12%

In de rapporten wordt er (opnieuw) op gewezen dat de verlaagde btw-tarieven leiden tot een grote derving van belastingopbrengsten, maar dat de effectiviteit van deze maatregelen (herverdeling, versterking werkgelegenheid etc) beperkt of niet aantoonbaar is. Het tegemoetkomen van mensen met lagere inkomens (dagelijkse boodschappen) en het stimuleren van werkgelegenheid (diensten kappers, schilders, stucadoors etc) en culturele goederen en diensten (concerten, musea, theaters etc) kan beter via andere beleidsinstrumenten plaatsvinden, zoals de inkomstenbelasting of subsidies, dan via een laag btw-tarief. Om te komen tot een efficiëntere belastingmix wordt daarom als beleidsoptie geschetst om arbeid minder zwaar te belasten en het verlaagde btw-tarief te verhogen van 9% naar 12%. Hierbij moet worden opgemerkt dat de rapporten voor de bouwstenen van een voor beter belastingstelsel zijn opgesteld vóór de coronacrisis. Nagenoeg alle sectoren die door de coronacrisis het hardste getroffen zijn (personenvervoer, sport, horeca, kappers, cultuur en recreatie) zouden met deze maatregel opnieuw een bittere pil moeten slikken. De kans is onzes inziens daarom klein dat dit voorstel door het eerstvolgende kabinet zal worden overgenomen, omdat hiervoor geen politieke draagvlak zal zijn. Dit neemt niet weg dat de rapporten er terecht op wijzen dat het verlaagde btw-tarief geen geschikt sturingsinstrument is. Het is in dit opzicht wat merkwaardig dat in de rapporten geen kritiek wordt geuit op het voorstel van de Europese Commissie om lidstaten meer vrijheid te geven om prestaties aan het verlaagde btw-tarief te onderwerpen. Dat had naar onze mening in de rede gelegen, gezien de kritiek op de effectiviteit van de reeds bestaande verlaagde btw-tarieven.

Gezondheidsgerelateerde verhoging of -verlaging btw-tarief

In de rapporten is onderzocht of het uitvoerbaar is om de koop van gezonde voeding – groenten en fruit – te stimuleren door de introductie van een extra verlaagd btw-tarief van 5%. Het is naar onze mening geen wonder dat deze optie direct weer wordt afgeserveerd als zijnde onuitvoerbaar vanwege de afbakeningsproblemen. Datzelfde geldt voor het afschaffen van het verlaagde btw-tarief voor (en dus het heffen van 21% over) de verkoop van vlees dat bestemd is voor menselijke consumptie. Ook voor deze maatregelen geldt dat de btw-tarieven geen geschikte instrumenten zijn om een gezondere levensstijl te bevorderen en/of milieuschade te beperken.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op