30 april 2014Zorggroep ketenzorg verricht administratieve diensten die belast zijn met 21% btw

Aan Rechtbank Noord-Nederland is onlangs de vraag voorgelegd of een stichting (hierna: de zorggroep) die met een zorgverzekeraar een overeenkomst ketenzorg DBC Diabets Mellitus Type 2 is aangegaan 21% btw verschuldigd is. De inspecteur in deze zaak meent dat de zorggroep ter zake van de vergoeding voor de overheadkosten 21% btw verschuldigd is. De zorggroep meent dat zij geen ondernemer is voor de btw dan wel dat haar prestaties als medische diensten zijn vrijgesteld.

De rechtbank oordeelt in deze zaak dat uit het contract met de zorgverzekeraar blijkt dat de zorggroep administratieve werkzaamheden verricht die anders door de zorgverzekeraar dan wel de aangesloten zorgverleners zouden worden verricht. De vergoeding voor deze werkzaamheden zijn de overheadkosten, d.w.z. het bedrag dat resteert nadat de zorggroep de vergoeding voor de verleende ketenzorg heeft doorbetaald aan de zorgverleners. Voor 2012 is een bedrag van overheadkosten vastgesteld van € 38,12 per patiënt.

Vervolgens komt de rechtbank toe aan de vraag of de zorggroep btw verschuldigd is ter zake van deze werkzaamheden tegen vergoeding. De rechtbank is van oordeel dat de zorggroep geen onderdeel uitmaakt van een collectief dat medische diensten aan de patiënt verricht. Doorslaggevend voor dit oordeel acht de rechtbank dat de zorggroep geen enkele contractuele relatie heeft met de patiënt, de zorgverleners aansprakelijk zijn en blijven voor hun handelen en nalaten en dat blijkens de verdeling van de vergoeding voor de ketenzorg geen sprake is van een collectief dat voor gezamenlijke rekening en risico deelneemt aan het economische verkeer. Dit betekent dat de btw-vrijstelling voor medische diensten toepassing mist. Omdat geen beroep is gedaan op een andere btw-vrijstelling en ook niet is gesteld dat het 6%-tarief van toepassing is, zijn de diensten van de zorggroep belast tegen het algemene btw-tarief van 21%.

Door het Ministerie van Financiën en het Ministerie van VWS is enkele jaren geleden overlegd of de vergoeding die zorggroepen in het kader van ketenzorg ontvangen buiten de btw-heffing kunnen blijven. Tot op heden is er -voor zover wij weten- naar aanleiding van dit overleg geen duidelijk btw-standpunt ten aanzien van de ketenzorg ingenomen. Die onduidelijkheid was voor de betreffende zorggroep naar onze inschatting de reden om een btw-procedure te starten en duidelijkheid van de rechter te verkrijgen. Voor zorggroepen die ketenzorgcontracten met de zorgverzekeraar hebben afgesloten en tot op heden geen 21% btw uit de overheadkosten hebben voldaan betekent deze uitspraak van Rechtbank Noord-Holland dat de zorggroepen een naheffingsrisico lopen van 21% btw excl. heffingsrente. Dit is slechts anders indien met de inspecteur andersluidende afspraken zijn gemaakt. Deze uitspraak toont aan dat  zorggroepen in de onderhandelingen met de zorgverkeraar over ketenzorgcontracten rekening moeten houden met de 21% btw die zij verschuldigd zijn uit de overheadkosten. De keerzijde van de btw-heffing uit de administratieve werkzaamheden is dat de zorggroepen ook een deel van de btw op de kosten (bijv. management- en ict-kosten) kunnen terugvragen. Wilt u meer informatie of advies naar aanleiding van deze uitspraak? Neem dan contact op met onze btw-specialisten! 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op