25 november 2016Zelfstandig handelende commissaris kwalificeert als btw-ondernemer

Een commissaris van een stichting kwalificeert naar het oordeel van Rechtbank Zeeland-West-Brabant als btw-ondernemer, omdat hij zelfstandig optreedt in het economisch verkeer.

Per 1 januari 2013 is de goedkeuring dat btw-heffing achterwege blijft bij het vervullen van niet meer dan vier commissariaten vervallen. Vanaf 2013 is de commissaris op grond van beleid in ieder geval btw-ondernemer voor de commissariaatswerkzaamheden die nauw verbonden zijn met, of in het verlengde liggen van, de overige in het bedrijf of beroep plaatsvindende activiteiten en aldus als nevenactiviteiten kwalificeren.

X is lid van de Raad van Commissarissen (RvC) van Stichting Y. De kernactiviteit van Stichting Y is het aanbieden van goede huisvesting aan mensen die niet in staat zijn om voor eigen huisvesting zorg te dragen. Naast het commissariaat heeft X geen andere nevenfuncties. Hij werkt in dienstbetrekking als gemeenteambtenaar. Voor zijn werkzaamheden als commissaris ontvangt X een bruto vergoeding van € 14.912 per jaar, die in maandelijkse termijnen wordt uitbetaald en waarop loonheffing wordt ingehouden. Tot 2013 werd X niet aangemerkt als btw-ondernemer voor zijn werkzaamheden als commissaris. Vanaf deze datum zijn aan X btw-aangiftebiljetten uitgereikt. X heeft op aangifte btw voldaan en hiertegen bezwaar en beroep aangetekend. Tussen X en de inspecteur is in geschil of X voor zijn werkzaamheden als lid van de RvC als btw-ondernemer moet worden aangemerkt.

Naar het oordeel van Rechtbank Zeeland-West-Brabant verricht X met zijn activiteiten als commissaris diensten onder bezwarende titel. Tussen partijen is niet in geschil dat X deelneemt aan het economisch verkeer. Dat is naar het oordeel van de rechtbank juist: X en de stichting zijn immers twee onafhankelijke entiteiten. Voor het antwoord op de vraag of X aan te merken is als ondernemer, is van belang of hij zijn werkzaamheden zelfstandig verricht of dat hij een band van ondergeschiktheid heeft met de stichting. Dit laatste is volgens de rechtbank niet het geval. X handelt op eigen naam, voor eigen rekening en onder eigen verantwoordelijkheid, ook nu hij in zijn taakuitoefening gebonden is aan een taakomschrijving zoals vastgelegd in de statuten van de stichting. De taak van de RvC, namelijk het toezicht houden op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken binnen de stichting en de met haar verbonden onderneming, alsmede het bestuur met raad terzijde staan, impliceert geen verhouding van ondergeschiktheid. X handelt dus zelfstandig, zodat hij btw-ondernemer is en terecht btw op aangifte heeft voldaan. X heeft btw berekend over de ontvangen vergoeding en de rechtbank heeft geen reden om aan te nemen dat X deze btw niet op de stichting zou kunnen verhalen.

 Opvallend in deze uitspraak is dat de rechtbank niet beoordeelt of de commissariaatswerkzaamheden van X in het verlengde liggen van de overige in zijn bedrijf of beroep plaatsvindende activiteiten, een voorwaarde die in het beleid is gesteld. Zie 11.1 voor meer informatie over deze regeling.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op