30 december 2016Wijziging besluit factoorsovereenkomsten

Met dit wijzigingsbesluit wordt het besluit van 5 september 2003, nr. DGB2003/4484M gewijzigd. Het wijzigingsbesluit treedt in per 1 januari 2017.

Per 1 januari 2017 wijzigt artikel 29 van de Wet op de omzetbelasting 1968. Bij deze wetswijziging wordt de zogenoemde indeplaatstreding geïntroduceerd. Deze regeling houdt in dat als een ondernemer een vordering (geheel of gedeeltelijk) overdraagt aan een andere ondernemer (bijvoorbeeld een factoor), voor de toepassing van artikel 29 van de wet, deze andere ondernemer op het tijdstip van overdracht in de plaats treedt van de ondernemer die de vordering overdraagt.

In het wijzigingsbesluit wordt aangegeven dat de goedkeuring in het besluit van 5 september 2003 vanaf 1 januari 2017 geen belang meer heeft voor vorderingen die de factoor ná 31 december 2016 overneemt. Voor die vorderingen geldt namelijk de indeplaatstreding.

Daarnaast geeft de Staatssecretaris in het wijzigingsbesluit een goedkeuring voor het geval dat de factoor namens de crediteur teruggaafverzoeken indient op grond van artikel 29, lid 1 van de wet en dat het in de teruggaafbeschikking genoemde bedrag aan de factoor wordt uitbetaald. Daarvoor moeten aan de volgende drie voorwaarden worden voldaan:

1. De factoor heeft de vordering vóór 1 januari 2017 overgenomen;
2. De crediteur machtigt de factoor om namens hem het verzoek te doen. Dit kan door medeondertekening van het verzoek of door het overleggen van een afzonderlijk geschrift dat bij de indiening van het verzoek wordt overgelegd (in het laatste geval kan de machtiging voor langere tijd gelden);
3. De factoor dient het verzoek in bij de voor de crediteur competente inspecteur.
De door de inspecteur op te maken teruggaafbeschikking wordt afgegeven op naam van de crediteur, maar wordt verzonden aan de gemachtigde factoor.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op