23 juni 2016Wettelijke radiobijdragen geen vergoeding omroepdiensten openbaar radiostation

De activiteit van een openbare radio-omroep die wordt gefinancierd met wettelijke bijdragen vormt naar het oordeel van het HvJ geen dienst onder bezwarende titel.

De Tsjechische openbare radio-omroep ?eský rozhlas wordt met name gefinancierd met wettelijk ingestelde radiobijdragen. ?eský rozhlas heeft verzocht om een aanvullende aftrek van voorbelasting met betrekking tot tijdvakken uit 2006. Zij had de pro rata-aftrek namelijk opnieuw berekend, en daarbij de aan haar uitbetaalde radiobijdragen – die zij aanvankelijk gedeclareerd had als vrijgestelde handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestond – niet meer in deze berekening opgenomen. Naar de mening van ?eský rozhlas waren deze radiobijdragen namelijk geen tegenprestatie voor de verrichte dienst van de openbare radio-omroep. De Tsjechische fiscus heeft deze zienswijze niet overgenomen en het verzoek om aanvullende aftrek geweigerd. ?eský rozhlas is hiertegen in verweer gekomen.

De Tsjechische rechter heeft bij de behandeling van deze zaak een prejudiciële vraag voorgelegd aan het HvJ. De rechter vraagt zich af of een openbare radio-omroep, die wordt gefinancierd met wettelijk opgelegde bijdragen, waarvan ook de hoogte bij wet wordt vastgesteld, die verschuldigd zijn door eenieder die eigenaar of bezitter is van een radio of op een andere rechtsgrond een radio mag gebruiken, worden geacht onder bezwarende titel diensten te verrichten, dan wel dat een dergelijke omroep een niet-economische activiteit verricht.

Naar het oordeel van het HvJ is geen sprake van een rechtsbetrekking tussen ?eský rozhlas en de personen die de wettelijke radiobijdrage betalen, terwijl evenmin sprake is van een rechtstreeks verband tussen de omroepdiensten en de radiobijdrage. Tussen ?eský rozhlas en de personen die de wettelijke radiobijdragen betalen is geen sprake van een overeenkomst op grond waarvan radio-omroepdiensten tegen vergoeding worden verricht. Daarnaast hangt de verplichting om de radiobijdragen te betalen niet samen met het gebruik van radio-omroepdiensten, maar het bezit van een radiotoestel, ongeacht het gebruik dat daarvan wordt gemaakt. Personen moeten de radiobijdrage derhalve ook betalen indien ze uitsluitend naar radioprogramma’s van andere radio-omroepen luisteren. Bovendien is de toegang tot de radio-omroepdiensten vrij en geenszins afhankelijk van de betaling van de radiobijdrage. Om die reden is van een dienst onder bezwarende titel geen sprake. De door ?eský rozhlas verrichte radio-omroepdiensten vormen derhalve geen economische activiteit waardoor de btw-vrijstelling voor openbare radio-omroepdiensten toepassing mist.

 ?eský rozhlas heeft de wettelijke bijdragen aanvankelijk als een vergoeding voor een btw-vrijgestelde prestatie beschouwd, maar is op die opvatting teruggekomen. Naar haar mening zijn deze radio-omroepbijdragen geen vergoeding voor een economische activiteit en brengt dit met zich dat haar btw-aftrek hoger uitvalt (lees: niet meetelt in het pro rata). Het HvJ stelt ?eský rozhlas op het eerste punt in het gelijk en gaat op het tweede punt niet in, omdat de verwijzende rechter hierover geen vraag heeft gesteld. Zoals de A-G in zijn conclusie terecht heeft opgemerkt, brengt de kwalificatie  niet-economische activiteit echter geen hogere btw-aftrek met zich. Uit het Securenta-arrest van het HvJ volgt immers dat een belastingplichtige die economische en niet-economische activiteiten verricht de btw op de kosten die aan beide activiteiten toerekenbaar zijn slechts in aftrek mag brengen voor zover zij samenhangt met aftrekgerechtigde economische activiteiten. In Nederland zijn de regels voor de splitsing van voorbelasting bij kosten die verband houden met economische en niet-economische activiteiten opgenomen in een beleidsbesluit. Uit het besluit 25 november 2011, nr. BLKB 2011/641M volgt dat de btw-ondernemer een  splitsingsmethode moet hanteren waarbij aangesloten wordt bij objectieve factoren, zoals omzet, opbrengsten, m2, m3 of kosten, onder voorwaarde dat deze zoveel als mogelijk recht doen aan het gebruik dat van de goederen of de diensten wordt gemaakt. In paragraaf 3.6.1 van dit besluit is een bijzondere regeling opgenomen voor de splitsing van btw bij lokale en regionale omroepen. Zie