16 september 2015Wettelijke btw-vrijstelling Passend Onderwijs aangekondigd

In verband met de invoering van de Wet passend onderwijs  geldt per 1 augustus 2014 tot 1 augustus 2016 bij wijze van overgangsmaatregel een btw-vrijstelling voor bepaalde werkzaamheden van samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs en van scholen die deel uit maken van deze samenwerkingsverbanden. Deze btw-vrijstelling geldt voor prestaties die over en weer worden verricht tussen een samenwerkingsverband op het gebied van passend onderwijs en de daarin deelnemende scholen en die voortvloeien uit het ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 18a, achtste lid, van de Wet primair onderwijs en in artikel 17a, achtste lid, van de Wet voortgezet onderwijs. Staatssecretaris Dekker van OCW heeft op 30 juni jl. mede namens staatssecretaris Wiebes van Financiën toegezegd dat de wettelijke taken van samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs ook na afloop van de overgangsmaatregel vrijgesteld van btw blijven en dat hij de Kamer op Prinsjesdag hierover nader zal berichten.

In een brief aan de Kamer geeft staatssecretaris Wiebes aan dat voor 2016 een btw-vrijstelling wordt uitgewerkt voor de taken van samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs zoals die zijn opgesomd in artikel 18a, zesde lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 17a, zesde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs. Concreet betekent dit dat samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs zullen worden aangewezen als instelling in bijlage B van het Uitv.Besl. OB waardoor deze activiteiten zijn vrijgesteld op grond van art. 11, lid 1, onderdeel f Wet OB. Daarmee worden de werkzaamheden die samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs aan scholen verrichten en die voortvloeien uit het ondersteuningsplan btw-vrijgesteld.

 

Voor de prestaties van scholen aan samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs geldt dat deze btw-vrijgesteld zijn voor zover deze prestaties zijn aan te merken als nauw met het verzorgen van onderwijs samenhangende prestaties. Onder bepaalde voorwaarden kan, aldus de staatssecretaris, bijvoorbeeld het tijdelijk ter beschikking stellen van (niet) onderwijzend personeel van een school aan een samenwerkingsverband Passend Onderwijs worden aangemerkt als een nauw met het onderwijs samenhangende prestatie die van btw-heffing is vrijgesteld. Op korte termijn zal het besluit inzake de onderwijsvrijstelling op dit punt als gevolg van (recente) jurisprudentie worden geactualiseerd.

Dat de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs als een ’11-1-f-instelling’ worden aangemerkt komt niet als een verrassing. Wel is nog onduidelijk of voor deze samenwerkingsverbanden een uitzondering wordt gemaakt op de eis dat zij geen winst mogen beogen. Dit zal aan het einde van het jaar duidelijk worden. Ten aanzien van de prestaties van scholen aan een samenwerkingsverband Passend Onderwijs geeft de staatssecretaris aan dat het tijdelijk ter beschikking stellen van (niet) onderwijzend personeel kan kwalificeren als een btw-vrijgestelde nauw met het onderwijs samenhangende dienst. Wat de staatssecretaris niet noemt, is dat deze btw-vrijstelling alleen geldt indien de uitlenende school op haar primaire onderwijsactiviteiten de btw-vrijstelling mag toepassen. Dit is volgens het huidige beleid van de staatssecretaris niet het geval bij openbare scholen, aangezien zij handelen als overheid (lees: niet als ondernemer voor de btw). Daarnaast vormen rijksbijdragen voor wettelijk geregeld onderwijs volgens het huidige beleid niet de vergoeding voor het geven van onderwijs waardoor ook andere dan openbare scholen buiten de reikwijdte van de btw-onderwijsvrijstelling kunnen vallen. Als de staatssecretaris dit beleid onverkort vasthoudt dan heeft dit als consequentie dat veel prestaties van scholen aan de samenwerkingsverbanden buiten de ‘btw-vrijstellingsboot’ vallen en belast zijn met 21% (kostprijsverhogende) btw. Het is daarom te hopen dat de staatssecretaris dit btw-risico onderkent en hierop in zijn aanpassing van het huidige beleid inzake de btw-onderwijsvrijstelling anticipeert. Overigens valt het naar onze mening te betwijfelen of het standpunt van de staatssecretaris inzake de rijksbijdragen voor wettelijk geregeld onderwijs in overeenstemming is met het Unierecht.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op