22 oktober 2013Wetswijziging naheffing herzienings-btw bij onterechte optie belaste levering

Voor het opteren voor een btw-belaste levering van onroerend goed dient de koper het gekochte voor minimaal 90% te gebruiken voor aftrekgerechtigde doeleinden. Indien de koper binnen de referentieperiode niet voldoet aan deze voorwaarde, vervalt de optie en was de levering (achteraf bezien) vrijgesteld van btw. Als de verkoper hierdoor alsnog herzienings-btw moet voldoen, werd deze in Nederland op grond van art. 12a Wet OB nageheven van de koper. Op 10 oktober heeft het HvJ EU in de zaak Pactor Vastgoed BV geoordeeld dat naheffing van de door de verkoper verschuldigde herzienings-btw bij de koper in strijd is met het unierecht en art. 12a Wet OB moet worden aangepast. 

In de tweede nota van wijziging van het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2014, die op 18 oktober is gepubliceerd, staat dat art. 12a Wet OB vervalt met terugwerkende kracht tot 10 oktober 2013, de datum van het arrest van het HvJ EU. In zijn toelichting geeft de staatssecretaris aan dat inwerkingtreding vanaf 10 oktober wenselijk is om te voorkomen dat vanaf die datum een heffingsvacuüm ontstaat. Herstel van de situatie in lijn met het arrest van het HvJ EU is nodig om, op grond van de nationale wetgeving, bij de verkoper de verschuldigde herzienings-btw te kunnen heffen.

Naar onze mening is het maar de vraag of het verval van art. 12a Wet OB met terugwerkende kracht tot 10 oktober jl. in voorkomende gevallen mag worden tegengeworpen aan de leverancier. Zie 7.5 voor meer informatie over de optie belaste levering.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op