11 juni 2015Wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2015 verzonden naar Tweede Kamer

Op 8 juni heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën het wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2015 verzonden naar de Tweede Kamer. In het wetsvoorstel zijn enkele wijzigingen opgenomen die betrekking hebben op de btw. Het betreft zowel tekstuele als inhoudelijke wijzigingen. 

De inhoudelijke wijzigingen zijn:

  • Tot op heden kan slechts bij algemene maatregel van bestuur (dat wil zeggen na instemming van de regering) worden bepaald in hoeverre de korting contante betaling, vracht- en assurantiekosten en zakelijke lasten invloed hebben op de vergoeding. Het voorstel is om deze zaken niet alleen bij, maar ook krachtens algemene maatregel van bestuur te kunnen laten regelen. Dit houdt in dat de staatssecretaris een ruimere bevoegdheid heeft, namelijk om zonder de instemming van de regering (lees: sneller) te handelen en zaken bij ministeriële regeling vast te stellen (subdelegatie). 
  • Voor de vrijstelling voor sociaal-culturele instellingen, de vrijstelling voor AWBZ-zorg, de vrijstelling voor syndicale organisaties, de koepelvrijstelling en de vrijstelling voor fondswervende geldt op dit moment de voorwaarde dat de toepassing van de vrijstelling niet tot een ernstige concurrentievervalsing mag leiden. Het voorstel is om het woord ‘ernstige’ te laten vervallen, waardoor concurrentievervalsing op zichzelf voldoende kan zijn om de vrijstelling niet meer toe te mogen passen. Wiebes geeft aan dat geen inhoudelijke wijziging wordt bedoeld, maar dat de formulering meer in lijn wordt gebracht met die van de btw-richtlijn. Naar onze mening kan deze tekstuele wijziging echter wel degelijk invloed hebben op de praktijk: vanaf 1 januari 2016 is een (niet-ernstige) concurrentieverstoring voldoende om een instelling het gebruik van de vrijstelling te weigeren. 
  • Tevens wordt met betrekking tot deze vrijstellingen het voorstel gedaan om, in verband met het voorkomen van een concurrentieverstoring, bij ministeriële regeling aangewezen leveringen en diensten uit te sluiten van de vrijstelling. 
  • Tot 10 oktober 2013 werd bij een (onterechte) optie voor een btw-belaste levering van onroerend goed evt. door de leverancier verschuldigde herzienings-btw nageheven bij de koper. Het HvJ heeft in het Pactor Vastgoed-arrest beslist dat dit niet toegestaan is. De wetgever heeft die naheffingsmogelijkheid daarom per 10 oktober 2013 geschrapt. Echter, de wetgever heeft over het hoofd gezien dat de leverancier op grond van art. 42b Invorderingswet 1990 hoofdelijk aansprakelijk kan zijn voor de bij de koper nageheven herzienings-btw. Om die reden wordt deze mogelijkheid tot aansprakelijkstelling met terugwerkende kracht tot 10 oktober 2013 geschrapt. 
  • Art. 30ha AWR bepaalt dat onder bepaalde voorwaarden belastingrente wordt vergoed. In artikel 32r Wet OB is voorzien in een specifieke rentevergoeding aan een ondernemer uit een andere EU-lidstaat bij een verzoek om teruggaaf van in Nederland in rekening gebrachte btw. Om een ongewenste samenloop tussen deze regelingen te voorkomen, wordt voorgesteld een vijfde lid aan art. 30ha AWR toe te voegen, waarin wordt bepaald dat met betrekking tot teruggaafverzoeken met een tijdvak vanaf 2015 ter zake van bovengenoemde teruggaaf aan de buitenlandse ondernemer geen belastingrente wordt vergoed op grond van de Awr, omdat ter zake van die teruggaaf al op grond van artikel 32r Wet OB rente kan worden vergoed.

Opvallend genoeg is de wijziging/verruiming van de sportvrijstelling niet meegenomen, zoals vorig jaar wel is aangekondigd.

De Fiscale Verzamelwet 2015 en bijbehorende artikelsgewijze toelichting en Memorie van Toelichting kunt u hier downloaden.

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op