28 mei 2018Weigering toepassing kleine ondernemersregeling met terugwerkende kracht toegestaan

Het HvJ oordeelt dat Hongarije niet in strijd met het EU-recht handelt door de kleine ondernemersregeling (hierna: KOR) niet met terugwerkende kracht toe te passen.

Feiten

David Vámos heeft in de periode van 2007 tot 22 januari 2014 elektronische artikelen op veilingwebsites verkocht zonder geregistreerd te zijn als btw-plichtige en zonder de inkomsten uit deze verkopen te hebben aangegeven. Naar aanleiding van een controle in 2014 stelt de Hongaarse Belastingdienst vast dat David Vámos niet heeft voldaan aan de registratieverplichting.
David Vámos heeft zich vervolgens op 22 januari 2014 geregistreerd als btw-plichtige en heeft geopteerd voor de subjectieve vrijstelling, een in paragraaf 187 en volgende van de Hongaarse btw-wet opgenomen btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen, met andere woorden de Hongaarse KOR.

Procedure

De Hongaarse Belastingdienst is van mening dat David Vámos de KOR niet met terugwerkende kracht mag toepassen en legt naheffingsaanslagen op aan David Vámos. David Vámos heeft hiertegen administratief beroep ingesteld bij de Hongaarse afdeling bezwaren. De Hongaarse afdeling bezwaren stelde de Hongaarse Belastingdienst in het gelijk. Vámos is het daar niet mee eens. De Hongaarse rechter heeft vervolgens prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ. A-G Wahl is van mening dat Hongarije niet in strijd met het EU-recht handelt door de KOR niet met terugwerkende kracht toe te passen.

HvJ

Het HvJ oordeelt dat Hongarije niet in strijd met het EU-recht handelt door de toepassing van de KOR te ontzeggen aan een belastingplichtige die aan alle inhoudelijke voorwaarden voldoet, maar die geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om te kiezen voor de toepassing van de KOR op het tijdstip waarop hij bij de Belastingdienst opgave deed van het begin van zijn economische activiteiten.

Wij zijn het eens met de uitspraak van het HvJ. Een lidstaat mag aan de KOR bepaalde procedure vereisten verbinden, die kunnen verschillen van een andere lidstaat.. In Nederland geldt dat als een ondernemer gebruik maakt van de KOR, hij btw-aangifte moet doen. De KOR wordt in principe eenmalig per jaar vastgesteld bij de aangifte van het 4de kwartaal, maar het is toegestaan om gedurende het jaar (per kwartaal of per maand) al voorlopige KOR bedragen in te vullen. Indien de ondernemer al aangifte heeft gedaan over het laatste tijdvak en de KOR niet heeft toegepast dan heeft hij de mogelijkheid om een suppletieaangifte te doen en te verzoeken de KOR alsnog toe te passen. Hieraan zijn wel bepaalde voorwaarden verbonden. Voor meer informatie over de KOR en het indienen van een suppletieaangifte zie paragraaf 11.1 respectievelijk paragraaf 14.5 van het handboek. Overigens heeft het kabinet eind maart jl. voorgesteld de huidige KOR te moderniseren door de introductie van een facultatieve omzetgerelateerde vrijstellingsregeling van omzetbelasting (OVOB). De kern van de OVOB is dat een ondernemer, die onder de omzetgrens blijft en ervoor kiest om de OVOB toe te passen, geen btw in rekening brengt aan zijn afnemers. De btw die andere ondernemers hem in rekening brengen, kan de ondernemer niet in aftrek brengen. De OVOB heeft als beoogde ingangsdatum 1 januari 2020. De toepassing van de regeling is optioneel. De keuze voor de toepassing moet uiterlijk vier weken voor de aanvang van een belastingtijdvak worden gemaakt aan de inspecteur. De OVOB kan nooit met terugwerkende kracht worden toegepast. Het conceptvoorstel bevat een regeling voor ondernemers die met ingang van 1 januari 2020 de OVOB willen toepassen. Zij moeten hiervan uiterlijk 20 november 2019 melding doen bij de inspecteur. Voor meer informatie over de OVOB zie hiervoor ons eerdere nieuwsbericht.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op