18 januari 2017Weigering nultarief wegens onvoldoende oplettendheid voor btw-fraude

De intracommunautaire levering van goederen, d.w.z. de levering van goederen die in het kader van een levering worden vervoerd naar aan andere EU-lidstaat en waarvan de intracommunautaire verwerving aldaar aan btw-heffing is onderworpen, is belast met 0% btw (in de btw-richtlijn wordt dit een btw-vrijstelling met recht op btw-aftrek genoemd). Dit volgt uit art. 138, lid 1 btw-richtlijn en art. 9, lid 2, onderdeel b in combinatie met Tabel II, post a.6 Wet OB. Naast deze twee zogenoemde ‘materiële voorwaarden’ voor het nultarief is volgens art. 12 Uitv.Besl. OB vereist dat de leverancier beschikt over het btw-identificatienummer van de afnemer. Indien de leverancier wist of redelijkerwijs had moeten weten van btw-fraude in de keten dan dient de toepassing van het nultarief te worden geweigerd.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant is van oordeel dat het enkele ontbreken van het juiste btw-identificatienummer onvoldoende is om het nultarief te weigeren indien aan de materiële voorwaarden is voldaan (lees: vervoer naar andere lidstaat en belaste intracommunautaire verweving in lidstaat van aankomst). Indien sprake is van btw-fraude in de keten mist het nultarief volgens de rechtbank toepassing indien de leverancier niet alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kon worden verwacht om betrokkenheid bij btw-fraude te voorkomen. Dit is naar het oordeel van de rechtbank het geval indien de leverancier onvoldoende oplettend is geweest. Voor deze verwijtbare onzorgvuldigheid acht de rechtbank van belang dat de betreffende leverancier een professionele speler is op het gebied van de internationale handel in mobiele telefoons en dat hij daarom bij zijn afnemer had moeten informeren waarom de afnemer het btw-nummer uit het Verenigd Koninkrijk (land van vestiging van de afnemer) verstrekte, terwijl de mobiele telefoons afgeleverd werden in Duitsland en Polen (landen van aankomst van de goederen waar de belaste intracommunautaire verwervingen plaatsvonden) en welke activiteiten de afnemer in de landen van aankomst verrichte. Tevens acht de rechtbank van belang dat de Belastingdienst de leverancier had gewaarschuwd voor de fraudegevoeligheid van de (internationale) handel in mobiele telefoons.

 Een gewaarschuwd ondernemer telt voor twee, zo lijkt de rechtbank te hebben gedacht. Niettemin gaat de rechtbank in haar uitspraak naar onze mening te kort door de bocht. Wij achten het juist dat de rechtbank oordeelt dat het enkel niet beschikken over het juiste btw-identificatienummer onvoldoende is om het nultarief te weigeren indien, zoals in deze zaak, vaststaat dat aan de materiële voorwaarden voor het nultarief is voldaan. Dit volgt immers uit het Plöckl-arrest en het VSTR-arrest van het HvJ. Overigens kan betwist worden of, zoals de inspecteur stelt, art. 12 Uitv.Besl. OB zo uitgelegd moet worden dat met het btw-identificatienummer van de afnemer bedoeld wordt het btw-identificatienummer van de lidstaat waar de goederen aankomen. Deze bepaling eist immers slechts de beschikking over het btw-identificatienummer van de afnemer. Ook het btw-identificatienummer van de afnemer in de lidstaat van vestiging kan als zodanig kwalificeren. Afgezien daarvan, in het Plöckl-arrest heeft het HvJ verduidelijkt dat uit het VSTR-arrest niet mag worden afgeleid dat het nultarief geweigerd moet worden indien de leverancier niet alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kon worden verlangd om te voldoen aan de formele verplichtingen, zoals de overlegging van het btw-identificatienummer van de afnemer. Het HvJ heeft in het VSTR-arrest slechts duidelijk willen maken dat de weigering van het nultarief wegens btw-fraude niet aan de orde is indien de deelneming aan btw-fraude door de leverancier kon worden uitgesloten gelet op de omstandigheid dat hij te goeder trouw handelend en na alles te hebben gedaan wat redelijkerwijs van hem kon worden verlangd, het btw-identificatienummer van de afnemer niet kan opgeven. De rechtbank had derhalve moeten beoordelen of de telefoonhandelaar wist of redelijkerwijs had moeten weten van de btw-fraude door de afnemer. Het enkele feit dat de handelaar niet beschikte over een btw-identificatienummer van de afnemer in de lidstaten van aankomst en de Belastingdienst algemene waarschuwingen heeft verstrekt over btw-fraude bij de internationale handel in telefoons is naar onze mening onvoldoende om die wetenschap aan te nemen. Voor meer informatie over de gevolgen van (vermeende) betrokkenheid bij btw-fraude zie 12.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op