11 mei 2017Weigering btw-teruggaaf zonnepanelen in strijd met doeltreffendheidsbeginsel

Op 20 juni 2013 besliste het HvJ in het Fuchs-arrest dat de eigenaar van zonnepanelen die tegen vergoeding opgewekte elektriciteit levert aan het net btw-ondernemer is. De Belastingdienst hanteert het beleid dat alleen de btw op de zonnepanelen die vóór de datum van dit arrest in rekening is gebracht niet voor teruggaaf in aanmerking komt. Een recente uitspraak van Hof ’s Hertogenbosch laat zien dat dit beleid in strijd kan zijn met het Europese doeltreffendheidsbeginsel. 

In deze zaak gaat het om iemand die op zijn privéwoning zonnepanelen heeft laten installeren. Hiervoor heeft hij op 26 maart 2013 een factuur ontvangen van € 10.010,63 aan materiaal- en arbeidskosten plus € 1.883,23 btw. Naar aanleiding van het Fuchs-arrest heeft de eigenaar zich op 27 juni 2013 aangemeld als btw-ondernemer en daarbij verzocht om een btw-nummer toe te kennen en het aangiftetijdvak te stellen op één jaar. Vanaf 2 juli 2013 heeft de eigenaar stroom geleverd aan het net. De inspecteur heeft de eigenaar aangemerkt als btw-ondernemer, maar het aangiftetijdvak op een kwartaal gesteld. Aan de eigenaar is vervolgens een aangiftebiljet uitgereikt voor de periode van 27 juni 2013 tot en met 30 september 2013. De eigenaar heeft in deze aangifte € 64 aan verschuldigde btw aangegeven voor de leveringen aan het net en de in rekening gebrachte btw volledig in aftrek gebracht, hetgeen resulteerde in een teruggaafverzoek van € 1.820. De inspecteur heeft dit teruggaafverzoek afgewezen en het standpunt ingenomen dat het teruggaafverzoek niet-ontvankelijk is, omdat het te laat is ingediend. In bezwaar is de inspecteur bij dit standpunt gebleven. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het beroep tegen deze beslissing ongegrond verklaard.

In hoger beroep is niet in geschil dat de eigenaar de op de factuur van 26 maart 2013 in rekening gebrachte btw in de aangifte over de periode van 27 juni 2013 tot en met 30 september 2013 in aftrek heeft gebracht. De eigenaar stelt echter dat de inspecteur ten onrechte geen jaaraangifte heeft verstrekt. Op de zitting heeft de inspecteur verklaard dat aan startende ondernemers een startersformulier wordt verstrekt waarop wordt gevraagd wanneer de economische activiteiten zijn gestart en dat vervolgens een aangiftebiljet wordt uitgereikt vanaf de aangegeven startdatum. De eigenaar heeft verklaard dit formulier niet te hebben ontvangen en de inspecteur heeft dit niet ontkend. De inspecteur stelt echter dat ook al zou wel een startersformulier zijn uitgereikt, geen aangiftebiljet over het eerste kwartaal van 2013 zou zijn uitgereikt omdat het Fuchs-arrest geen terugwerkende kracht heeft. Desgevraagd heeft de inspecteur verklaard dat als de eigenaar andere economische activiteiten zou hebben verricht, hij wel een aangiftebiljet vanaf het eerste kwartaal van 2013 zou hebben ontvangen.

Hof ’s Hertogenbosch oordeelt in de eerste plaats dat het Fuchs-arrest wel terugwerkende kracht heeft, omdat het HvJ dit arrest – hetgeen hij in uitzonderlijke gevallen kan doen – niet beperkt heeft in de tijd. Daarnaast heeft de inspecteur erkend dat de eigenaar in maart 2013 met zijn economische activiteiten is gestart en dat deze voorbereidende handelingen volgens het Rompelman-arrest tot de economische activiteiten behoren. Omdat het procesrecht niet op Europees niveau is geregeld is het aan de lidstaten om regels vast te stellen ter beschermen van de rechten op grond van het Europese recht. Hierbij geldt dat de uitoefening van die rechten niet onmogelijk of uiterst moeilijk gemaakt mag worden (het doeltreffendheidsbeginsel). Het hof acht dit beginsel geschonden, omdat de eigenaar niet dezelfde mogelijkheden worden verschaft als iemand die om andere redenen dan de exploitatie van zonnepanelen btw-ondernemer is. Het hof merkt de ingediende aangifte daarom aan als een aangifte over de periode vanaf 1 januari 2013 tot en met 30 september 2013. De eigenaar heeft de aangifte binnen de daartoe gestelde termijn ingediend en daarmee is het teruggaafverzoek tijdig gedaan. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de eigenaar recht heeft op de gevraagde teruggaaf.

 


 Over de tijdigheid van het verzoek om teruggaaf van de btw op de aanschaf van zonnepanelen is al veel te doen geweest. Hierbij gaat het steeds om btw die voor de datum van het Fuchs-arrest in rekening is gebracht. Btw die op of na de datum van het Fuchs-arrest in rekening is gebracht voor de aanschaf van zonnepanelen komt volgens het beleid van de Belastingdienst (wel) voor (ambtshalve) teruggaaf in aanmerking. Het is begrijpelijk dat de Belastingdienst niet blij is met de uitkomst in de zaak Fuchs. Door dit arrest worden immers tal van woningeigenaren als btw-ondernemer aangemerkt, terwijl de opbrengst voor de schatkist (door de kleine ondernemersregeling) per saldo negatief is. Nederland kan dit probleem slechts oplossen indien de Btw-richtlijn wordt aangepast, bijv. door de mogelijkheid op te nemen dat de ontheffingsregeling wordt toegepast op kleine ondernemers zonder dat de kleine ondernemer het recht heeft op het toepassen van de normale btw-regels. Omdat hiervoor de medewerking van alle lidstaten vereist is en niet alle lidstaten het Fuchs-arrest als onwenselijk beschouwen, lijkt deze route geen oplossing te bieden. Dat de Belastingdienst het Fuchs-arrest onwenselijk acht, laat onverlet dat dit arrest wel geldend Unierecht is waarop een Nederlandse woningeigenaar zich (rechtstreeks) kan beroepen. Zoals het hof terecht oordeelt, stelt de inspecteur ten onrechte dat het Fuchs-arrest geen terugwerkende kracht heeft. Het is vaste jurisprudentie van het HvJ dat arresten het Unierecht uitleggen zoals dit sinds de inwerkingtreding had moeten worden toegepast, tenzij het HvJ een arrest beperkt in de tijd. Dat laatste is in het Fuchs-arrest niet gebeurd. Vermoedelijk bedoelde de inspecteur dat op grond van paragraaf 23 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht geen ambtshalve teruggaaf van btw wordt verleend indien sprake is van nieuwe jurisprudentie. Bij nieuwe jurisprudentie wordt op grond van dit beleid – tenzij een afwijkende regeling wordt getroffen – niet ambtshalve teruggekomen op tijdvakken die reeds onherroepelijk vaststaan voor de dag waarop de nieuwe jurisprudentie is verschenen. Omdat voor de woningeigenaren met zonnepanelen geen afwijkende regeling is getroffen, betekent dit beleid dat voor de periode tot de datum van het Fuchs-arrest geen ambtshalve teruggaaf van btw wordt verleend. Echter, van een verzoek om ambtshalve teruggaaf van btw is pas sprake indien vaststaat dat de belastingplichtige te laat om teruggaaf van btw heeft verzocht. In dit kader is het van belang dat een verzoek om teruggaaf in de btw-aangifte moet plaatsvinden en dat de inspecteur een btw-ondernemer hiertoe moet uitnodigen. In deze zaak heeft de inspecteur in afwijking van het verzoek van de btw-ondernemer een aangiftebiljet verzonden vanaf het tweede kwartaal van 2013. De inspecteur is echter verplicht om degene die daarom verzoekt uit te nodigen tot het doen van aangifte (art. 6, lid 2 Awr). Hof ‘s Hertogenbosch lost die nalatigheid van de inspecteur op door de ingediende aangifte over het tweede kwartaal van 2013 aan te merken als een aangifte over het eerste en tweede kwartaal van 2013. Hierbij acht het hof van belang dat de inspecteur verklaard heeft dat de Belastingdienst bij andere btw-ondernemers (wel) een aangiftebiljet uitreikt vanaf de (in het startersformulier opgegeven) startdatum van de onderneming. Dat alleen voor zonnepaneleneigenaren van die praktijk wordt afgeweken, acht het hof in strijd met het Europese doeltreffendheidsbeginsel. Hoewel wij de uitkomst in deze zaak onderschrijven, kan de vraag gesteld worden of de bewandelde route juist is. Het hof had ook kunnen oordelen dat de btw-teruggaaf ten onrechte in de aangifte over het tweede kwartaal van 2013 is geclaimd en dat de inspecteur (gelet op het verzoek van de woningeigenaar) gehouden is alsnog een aangiftebiljet over het eerste kwartaal van 2013 uit te reiken. Indien de staatssecretaris beroep in cassatie instelt tegen de uitspraak van het hof dan zal de Hoge Raad hierover duidelijkheid moeten verschaffen.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op