3 mei 2017Weigering aftrek onterecht gefactureerde btw koper ook toegestaan indien de verkoper deze btw heeft voldaan

Wanneer er ten onrechte btw in rekening is gebracht op een factuur, kan de ontvanger van de factuur deze betaalde btw niet in aftrek brengen. Dit is ook het geval geweest in een Hongaarse zaak. De feiten in deze zaak zijn als volgt.

Farkas heeft op een elektronische veiling, die door de belastingdienst was georganiseerd, een mobiele loods gekocht van een vennootschap die een belastingschuld had. De verkoper heeft op basis van de gewone btw-regeling een factuur met btw uitgereikt aan Farkas. Farkas heeft deze factuur met btw voldaan aan de verkoper en die verkoper heeft de btw vervolgens aan de Hongaarse belastingdienst betaald. Farkas heeft de btw die op de factuur was vermeld, in aftrek gebracht. Na een controle heeft de Hongaarse belastingdienst vastgesteld dat op deze aankoop de verleggingsregeling van toepassing was. Farkas krijgt daarom een belastingverschil ten laste gelegd om de btw over die aankoop te betalen, omdat de regels met betrekking tot de verleggingsregeling niet zijn nageleefd. Er wordt ook een boete opgelegd van 50% van de btw die moest worden betaald. De vordering van Farkas tot teruggaaf van de betaalde btw wordt afgewezen. Farkas is het hier niet mee eens en zodoende heeft de hoogste Hongaarse rechter prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over de verenigbaarheid van de weigering van btw-aftrek met de bepalingen in de btw en de beginselen van de fiscale neutraliteit en evenredigheid.

Op basis van een verleggingsregeling wordt er door de koper geen btw betaald aan de verkoper, omdat de koper degene is die de btw moet voldoen aan de staat en deze btw in principe ook weer kan aftrekken, zodat hij per saldo niets is verschuldigd aan de belastingdienst. De factuur in deze zaak bevatte niet de vermelding ‘verlegging’ en Farkas heeft de onterecht op de factuur vermelde btw aan de verkoper betaald, terwijl Farkas deze eigenlijk op basis van de verleggingsregeling zelf aan de belastingdienst had moeten voldoen en weer in aftrek kon brengen. In die zin voldoet de factuur niet aan de gestelde formele voorschriften en is ook niet voldaan aan de inhoudelijke voorwaarde van de verleggingsregeling. Bovendien bestaat er alleen recht op aftrek voor de btw die verschuldigd is of die is voldaan voor zover zij verschuldigd was. De door Farkas aan de verkoper van de mobiele loods betaalde btw was niet verschuldigd. Omdat deze btw niet verschuldigd was en de betaling ervan niet in overeenstemming was met de inhoudelijke vereiste van de verleggingsregeling, kan Farkas zich niet beroepen op het recht van btw-aftrek. Farkas kan echter wel om teruggaaf verzoeken van de btw die hij onverschuldigd heeft betaald aan de verkoper van de mobiele loods.

Het Hof oordeelt dat de bepalingen van de btw-richtlijn alsmede de beginselen van de fiscale neutraliteit, doeltreffendheid en evenredigheid niet in de weg staan dat Farkas geen recht heeft op aftrek van de btw die hij onterecht aan de verkoper heeft betaald op basis van een factuur die volgens de gewone btw-regeling is opgesteld, terwijl de relevante handeling onder de verleggingsregeling viel en de verkoper die btw al aan de staat heeft voldaan. Voor zover de terugbetaling door de verkoper aan de koper van de onterecht gefactureerde btw onmogelijk of uiterst moeilijk wordt, met name in geval van insolvabiliteit van de verkoper, vereisen die beginselen dat de koper zijn vordering tot terugbetaling rechtstreeks tot de belastingdienst kan richten. Met betrekking tot de opgelegde boete is het Hof van oordeel dat deze sanctie in deze zaak in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, omdat de belastingdienst geen belastinginkomsten heeft gederfd en er geen aanwijzing van belastingfraude is. Dit moet de verwijzende rechter nagaan.

 De verleggingsregeling in de btw-richtlijn die in casu aan de orde is, ziet op de levering van onroerende zaken. De Hongaarse nationale bepaling van deze verleggingsregeling breidt dit uit tot leveringen van roerende zaken. Het Hof heeft de discussie of de mobiele loods kwalificeert als een roerende of onroerende zaak onbehandeld gelaten, alsmede de vraag of de nationale implementatie in strijd is met de btw-richtlijn. Deze vragen zijn immers niet door de partijen aan de orde gesteld. Er werd vanuit gegaan dat de verleggingsregeling in casu van toepassing is. Het recht op aftrek van de betaalde btw werd aan Farkas ontzegd. Het is in beginsel aan de lidstaten om de voorwaarden vast te stellen waaronder de onterecht gefactureerde btw kan worden teruggevraagd. In Hongarije geldt een stelsel waarin de verkoper het goed die bij vergissing de btw heeft afgedragen aan de belastingdienst, daarvan teruggaaf kan verzoeken en anderzijds dat de koper van het goed langs civielrechtelijke weg het onverschuldigd betaalde btw van de verkoper kan terugvorderen. Dat Farkas in dit geval zijn vordering tot terugbetaling rechtstreeks tot de belastingdienst kan richten, pakt voor hem zeer gunstig uit nu de verkoper van de mobiele loods in een faillissementsprocedure is verwikkeld. Wij delen het oordeel van het Hof. Aangezien Farkas geen recht heeft op aftrek van de betaalde btw, moet hij deze btw wel op een andere manier kunnen terugvragen: in dit geval via de staat. Immers, wanneer wel de juist regels werden toegepast, had Farkas de verschuldigde btw aan de staat voldaan en kon hij deze weer in aftrek brengen. Van fraude kon dan geen sprake zijn. Ook de opgelegde boete is naar onze mening in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het evenredigheidsbeginsel houdt namelijk in dat een sanctie voor niet-naleving van de voorwaarden niet verder mag gaan dan noodzakelijk is voor de waarborging van de juiste heffing van de btw en ter voorkoming van fraude. Daarbij moet rekening worden gehouden met de aard en de ernst van de inbreuk waarvoor die sanctie wordt opgelegd en met de wijze waarop de hoogte ervan wordt bepaald. In casu heeft Farkas de verschuldigde btw voldaan, weliswaar via een verkeerde wijze, maar heeft de belastingdienst desondanks geen belastinginkomsten gederfd en is er geen sprake van belastingfraude. De boete dient naar onze mening dan ook vernietigd te worden.

In Nederland geldt dat ook de onterecht gefactureerde btw verschuldigd wordt. Voor een verzoek om teruggaaf van onterechte of teveel gefactureerde btw kan een beroep worden gedaan op art. 37 Wet OB. Voor meer informatie hierover zie 14.3 van het Handboek.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op