25 augustus 2015Webcamsessies belastbaar in land waar modellen feitelijk hun diensten verrichten

Naar het oordeel van Hof Den Bosch zijn webcamsessies, die kwalificeren als vermakelijkheidsactiviteiten, belastbaar in het land waar de modellen feitelijk hun activiteiten verrichten. 

De Nederlandse btw-ondernemer A biedt live erotische webcamsessies aan die feitelijk verzorgd worden door modellen op de Filipijnen. A is werkzaam vanuit Nederland. De modellen zijn in dienst bij A en werken exclusief voor A, die hen de benodigde soft- en hardware ter beschikking stelt voor de uitoefening van de webcamsessies. De webcamsessies worden aangeboden op een platform bij bepaalde web providers. De (potentiële) bezoekers van de webcamsessies kunnen bij de webcamsessies op een dergelijk platform terechtkomen via websites van A en anderen. De web providers verstrekken internet-accounts aan A en zorgen ervoor dat ook de modellen toegang hebben tot deze accounts. De modellen kunnen inloggen op een account van A, zodat hun webcams in verbinding komen te staan met het platform. De web-providers maken daarnaast het betalingsverkeer mogelijk. De gebruikers van de diensten betalen per creditcard aan de web-providers, die vervolgens A betalen. A betaalt zijn modellen vervolgens contant uit. De bezoekers kunnen tegen betaling live de webcamsessies bekijken. Tijdens een webcamsessie is interactie tussen de bezoeker(s) en het model mogelijk. De inspecteur van de Belastingdienst meent dat A ter zake van de webcamsessies Nederlandse btw verschuldigd is en heeft daarom een naheffingsaanslag opgelegd. Volgens de inspecteur is de plaats van de diensten namelijk gelegen in Nederland, omdat het verbruik in Nederland plaatsvindt. A bestrijdt dit. 

In eerste aanleg heeft Rechtbank Zeeland-West-Brabant het beroep van A ongegrond verklaard. In hoger beroep oordeelt Hof Den Bosch dat de webcamsessies, die kwalificeren als vermakelijkheidsactiviteiten, op grond van art. 6 Wet OB  en de btw-richtlijn plaatsvinden op de plaats, waar de modellen feitelijk hun activiteiten verrichten. Het hof verwerpt hiermee het – door de rechtbank gevolgde – standpunt van de inspecteur dat de activiteiten plaatsvinden op de plaats waar zij verbruikt worden, namelijk  op de plaats, waar de bezoeker zich bevindt op het moment dat hij een webcamsessie bezoekt. 

Het hof erkent dat bij de redactie van art. 6 Wet OB en de tekst in de btw-richtlijn waarschijnlijk is uitgegaan van een eenheid van de plaats van de uitvoering en het verbruik. Dat neemt volgens het hof echter niet weg dat er onvoldoende steun is voor de opvatting dat als er geen sprake is van eenheid van plaats, de plaats van het verbruik en niet de plaats van uitvoering maatgevend is voor de bepaling van de plaats van dienst. De eenvoud en hanteerbaarheid, alsmede de wettekst (“werkzaamheden feitelijk plaatsvinden”) van art. 6 Wet OB pleiten voor het aansluiten bij de plaats, waar de modellen hun activiteiten verrichten in plaats van de plaats waar de bezoeker zich bevindt, aldus het hof. Aangezien vaststaat dat de modellen hun activiteiten op de Filipijnen verrichten, volgt hieruit dat de plaats van de vermakelijkheidsdiensten van belanghebbende niet Nederland is, zodat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd.

Zie