26 september 2014Volledige btw-aftrek verbouwing loods en woning

De heer F en zijn echtgenote A, vennoten van transportonderneming X, hebben in 2002 een onroerend goed gekocht, onder andere bestaande uit een woonhuis met een daarvan losstaande loods. Zij hebben in 2004 en 2005 een verbouwing laten uitvoeren, waarbij de opslagruimte in de loods is verbouwd tot kantoorruimte en een verbindingsstuk (met daarin een hal en toilet) is gebouwd tussen deze kantoorruimte en de woning. Daarnaast is de woning geheel verbouwd. De verbouwing heeft niet geleid tot een vervaardiging. De woning wordt na de verbouwing voornamelijk voor privédoeleinden gebruikt, de loods voornamelijk voor zakelijke doeleinden en het verbindingsstuk voor zowel privé- als zakelijke doeleinden. X heeft alle btw met betrekking tot de verbouwing als voorbelasting in aftrek gebracht.?

Na een boekenonderzoek in 2006 heeft de inspecteur van de Belastingdienst een naheffingsaanslag opgelegd. De naheffing betreft de btw die in aftrek is gebracht met betrekking tot de verbouwing van de woning en de bouw van de helft van het verbindingsstuk. In een verslag van het boekenonderzoek is vermeld dat het gehele onroerend goed voor de btw tot het bedrijfsvermogen wordt gerekend. X heeft bezwaar en beroep aangetekend tegen de opgelegde naheffingsaanslag. 

In eerste aanleg is door Rechtbank Zeeland-West-Brabant geoordeeld dat de etikettering van het woon-/bedrijfspand direct na aankoop van het pand uit de administratie had moeten blijken en dat er geen volledige aftrek bestond voor de verbouwing. In hoger beroep komt Hof Den Bosch tot een ander oordeel. In navolging van het HvJ EU (zie nieuwsbericht) en de Hoge Raad (nieuwsbericht) overweegt het hof dat aanpassingen aan een bestaand onroerend goed afzonderlijk beschouwd als investeringsgoed kunnen kwalificeren, indien zij een zekere duurzaamheid bezitten. In de onderhavige zaak is hiervan sprake, omdat de verbouwing mede zag op de constructie van nieuwe delen van een zaak, die voorheen niet bestonden en om aanpassingen waarop X afschrijft. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de werkzaamheden door de aannemer zijn uitgevoerd als één geheel, op basis van één opdracht en één bouwvergunning en dat deze werkzaamheden gefaseerd in de periode 2004 en 2005 zijn verricht. Nu de inspecteur niet betwist dat de aanpassingen zowel voor privé- als voor zakelijke doeleinden worden gebruikt, staat vast dat het investeringsgoed met het oog op economische activiteiten is aangeschaft en heeft X recht op aftrek van alle btw met betrekking tot de verbouwing. De naheffingsaanslag is daarom onterecht opgelegd.

Zie 10.6.1 voor meer informatie over vermogensetikettering.

 

 

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op