28 november 2014Volledige btw-aftrek bouwkosten stadskantoor Den Bosch vanwege integratieheffing

Gemeenten zijn voor hun ‘typische’ overheidsactiviteiten geen btw-ondernemer (zie 1.5). In de zaak Gemeente Den Bosch gaat het om de vervaardiging van een stadskantoor op eigen grond. Dit stadskantoor zal voor 94% voor ‘typische’ overheidsactiviteiten, voor 5% voor btw-belaste ondernemersactiviteiten en voor 1% voor btw-vrijgestelde ondernemersactiviteiten worden gebruikt. De bouwkosten bedragen ruim € 1.800.000 (inclusief € 287.999 btw). In geschil is of de gemeente de btw op de bouwkosten volledig in aftrek mag brengen vanwege de integratieheffing. De gemeente meent dat zij recht heeft op aftrek van alle voorbelasting. De inspecteur van de Belastingdienst is daarentegen van mening dat slechts 6% van de btw op de vernieuwbouwkosten voor aftrek in aanmerking komt, omdat 6% van het stadskantoor intern wordt geleverd.?

Hof Den Bosch heeft in deze zaak geoordeeld dat 6% van de btw op de bouwkosten voor aftrek in aanmerking komt. In cassatie overwoog de Hoge Raad dat een drietal redeneringen verdedigbaar is. Ten eerste zou verdedigd kunnen worden dat geen sprake is van vervaardiging in het kader van het bedrijf, nu de gemeente het stadskantoor voor 94% gaat gebruiken voor ‘typische’ overheidsactiviteiten. Verdedigbaar is ook dat de ingebruikneming van het stadskantoor, ook al wordt het slechts voor 6% voor ondernemersactiviteiten gebruikt, moet worden beschouwd als het beschikken over het gehele stadskantoor voor ondernemersactiviteiten. Ten derde zou verdedigd kunnen worden dat -zoals het hof heeft geoordeeld- slechts 6% van de btw op de bouwkosten voor aftrek in aanmerking komt, omdat 6% van het stadskantoor intern is geleverd. De Hoge Raad heeft vervolgens aan het HvJ de prejudiciële vraag gesteld of in het onderhavige geval sprake is van een integratieheffing als bedoeld in de Zesde Richtlijn (thans btw-richtlijn).

Het HvJ heeft -in navolging van de A-G- geoordeeld dat de ingebruikneming van het op eigen grond gebouwde stadskantoor voor slechts 5% btw-belaste activiteiten leidt tot een integratieheffing over het gehele stadskantoor. De gemeente mag de btw op de bouwkosten daarom volledig in aftrek brengen. De verschuldigde integratieheffings-btw is vervolgens aftrekbaar voor zover het stadskantoor gebruikt wordt voor btw-belaste activiteiten. De staatssecretaris heeft naar aanleiding van dit arrest aan de Hoge Raad te kennen gegeven dat de gemeente recht heeft op een teruggaaf van de btw op de bouwkosten. De Hoge Raad heeft daarom het cassatieberoep gegrond verklaard en de btw-teruggaaf aan de gemeente toegekend.

De integratieheffing voor in eigen bedrijf vervaardigde goederen -op eigen grond gebouwde onroerende goederen daaronder begrepen- die (mede) in gebruik worden genomen voor btw-vrijgestelde activiteiten bestaat sinds 1 januari 2014 niet meer. Dit arrest zal derhalve alleen nog van belang zijn voor de tijdvakken tot 2014. Overigens is de eigenlijke aanleiding voor deze zaak niet de btw-aftrek, maar de btw-compensatie. De gemeente lijkt namelijk de in 2003 verschuldigde integratieheffings-btw die toerekenbaar is aan het overheidsgebruik (94%) te willen compenseren middels het (in 2003 ingevoerde) BTW-compensatiefonds (hierna: BCF). Als de integratieheffing beperkt zou zijn tot 6% van het stadskantoor -zoals de fiscus meende- dan had de gemeente 94% van de tot en met 2002 berekende btw op de bouwkosten niet in aftrek kunnen brengen en ook niet kunnen compenseren, omdat het BCF pas in 2003 is ingevoerd.????

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op