13 juli 2012Volledige aftrek apotheker voor inrichting praktijkruimten huisartsen

Een exploitant van een apotheek heeft met vijf huisartsen gezamenlijk een (casco) bedrijfsverzamelgebouw gehuurd, teneinde een samenwerking tot stand te brengen. De ruimten in dit gebouw zijn afgebouwd en ingericht voor een bedrag van ruim anderhalf miljoen euro, dat aan de apotheker is gefactureerd en volledig door hem is betaald. De apotheker heeft vervolgens de btw over dit bedrag volledig in aftrek gebracht. De inspecteur heeft een deel van deze btw nageheven en voert daarvoor verschillende redenen aan. 

Ten eerste is de inspecteur van mening dat niet de apotheker, maar de huisartsen afnemer zijn voor (een deel van) de prestaties. Rechtbank ‘s-Gravenhage is echter van oordeel dat de inspecteur dit niet aannemelijk heeft gemaakt: de facturen staan op naam van de apotheker en bovendien heeft de apotheker verklaard de prestaties te gebruiken om zijn afzetpotentieel te vergroten. Door de kosten van de prestaties voor zijn rekening te nemen, waren de huisartsen namelijk bereid hun intrek te nemen in het gebouw. 

Voorts oordeelt de rechtbank dat de apotheker de prestaties (heeft) gebruikt voor belaste handelingen. Hoewel er geen rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen één of meer handelingen van de apotheker en de afgenomen prestaties en de kosten daarom niet als directe kosten kwalificeren, is wel sprake van een rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de kosten en de gehele economische activiteit van de apotheker. De kosten zijn daarom als algemene kosten aan te merken en derhalve aftrekbaar. 

De inspecteur heeft vervolgens aangevoerd dat de prestaties de vergoeding zijn voor in natura ontvangen diensten van de huisartsen, bestaande uit het doorverwijzen van patiënten. Hiervan is volgens de rechtbank geen sprake, omdat een dergelijke verplichting niet uit de feiten blijkt. Daarnaast is geen sprake van een relatiegeschenk als bedoeld in het Besluit uitsluiting aftrek (BUA), nu de onderwerpelijke goederen en diensten in eigendom zijn gebleven van de apotheker. Tot slot heeft de apotheker zich volgens de rechtbank niet schuldig gemaakt aan misbruik van recht, nu de handelswijze niet kunstmatig en niet van elk reëel belang ontbloot was: deze had immers tot doel het afzetpotentieel van de apotheker te vergroten.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op