22 januari 2016Verzorging VAVO-opleidingen door twee ROC’s niet belast met btw

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het gezamenlijk verzorgen van VAVO-opleidingen door twee ROC’s niet leidt tot btw-heffing. 

De feiten in deze zaak zijn als volgt. Twee ROC’s, ROC X en ROC Y, bieden samen opleidingen aan in het kader van voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (VAVO-opleidingen) onder de naam A. De samenwerking van de ROC’s is voortgekomen uit beleid en regelgeving van het Ministerie van OCW en uit marktomstandigheden. De samenwerking beoogt de VAVO-opleidingen die voorheen door de ROC’s apart werden verzorgd voor gemeenschappelijke rekening en risico en onder een gemeenschappelijke naam aan te bieden. Partijen hebben gehandeld conform de afspraken in een conceptovereenkomst uit 2010. De VAVO-opleidingen zijn door docenten van beide ROC’s verzorgd op vier onderwijslocaties. Ieder van de ROC’s adverteert met het verzorgen van VAVO-opleidingen en verwijst naar een speciaal voor dat doel in het leven geroepen website. Het samenwerkingsverband van de ROC’s wordt niet beschouwd als een van de ROC’s te onderscheiden onderwijsinstelling en is om die reden evenmin als zodanig erkend. In de conceptovereenkomst is afgesproken dat de VAVO-leerlingen worden ingeschreven bij en een onderwijsovereenkomst aangaan met ROC Y. Het diploma wordt zowel namens ROC X als ROC Y uitgereikt. 

De inspecteur is van mening dat dat ROC X btw-belaste ondersteunende diensten heeft verricht aan het samenwerkingsverband en heeft over de periode van 2008 tot en met 2011 drie naheffingsaanslagen opgelegd voor een btw-bedrag van in totaal meer dan een half miljoen euro. In eerste aanleg beslist Rechtbank Den Haag dat het samenwerkingsverband geen entiteit is, aan wie ROC X btw-belaste prestatie kan verrichten. In hoger beroep oordeelt Hof Den Haag dat de rechtbank terecht heeft beslist dat de naheffingsaanslagen moeten worden vernietigd, maar oordeelt het hof dat voor de btw geen andere prestaties zijn te onderkennen dan de door de ROC’s gezamenlijk verrichte btw-vrijgestelde onderwijsprestaties. A-G Van Hilten is van mening dat de samenwerking kwalificeert als partage waardoor geen sprake is van een belaste prestatie van ROC X.

De Hoge Raad acht de uitspraak van het hof onvoldoende gemotiveerd, maar oordeelt dat dit niet tot cassatie kan leiden. Het staat vast dat de samenwerking tussen de ROC’s was bedoeld om het volwassenenonderwijs, dat voorheen door ieder van hen werd verricht, te bundelen. Uit de uitspraak van de rechtbank blijkt dat niet in geschil is (geweest) dat het volwassenenonderwijs btw-vrijgesteld is. De bijdrage die ieder van de ROC’s moet leveren zijn werkzaamheden die in de regel bij het geven van (volwassenen)onderwijs aan de orde zijn en die door ROC X ook voor de samenwerking werd verricht als onderdeel van het volwassenenonderwijs. De rechtbank heeft geoordeeld dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat ROC X aparte concrete prestaties heeft verricht die niet geacht moeten worden op te gaan in de onderwijsprestatie. Dit oordeel is door de inspecteur in hoger beroep niet met een nadere feitelijke onderbouwing bestreden waardoor van die vaststelling moet worden uitgegaan. Als het ROC X al prestaties tegen vergoeding verricht dan is sprake van een ondeelbare onderwijsprestaties waarin de ondersteunende werkzaamheden van het ROC X opgaan. Aan de vraag of de ondersteunende werkzaamheden kwalificeren als een nauw met het onderwijs samenhangende dienst wordt daarom niet toegekomen. Dit brengt mee dat als ROC X diensten tegen vergoeding verricht deze diensten btw-vrijgesteld zijn. De Hoge Raad heeft ten aanzien van de werkzaamheden van ROC Y hetzelfde geoordeeld onder verwijzing naar zijn arrest in de zaak van ROC X.

De Hoge Raad laat zich (en niet voor het eerst) van zijn pragmatische kant zien. Na dit arrest is immers nog steeds niet duidelijk of het ROC X een btw-vrijgestelde onderwijsdienst verricht, zoals Hof Den Haag oordeelde, of dat het ROC X geen belastbare prestatie verricht, zoals de rechtbank oordeelde. Toch is één ding wel opgehelderd, namelijk dat ROC X geen btw verschuldigd is over zijn ondersteunende werkzaamheden voor het gezamenlijk verzorgde volwassenenonderwijs. Hoewel de Hoge Raad voor zijn oordeel teruggrijpt op de niet dan wel onvoldoende bestreden vaststelling van de rechtbank dat niet aannemelijk is gemaakt dat het ROC X concrete prestaties heeft verricht die niet opgaan in de onderwijsprestatie lijkt niet aannemelijk dat de Hoge Raad in een andere zaak met een vergelijkbaar feitencomplex ruimte ziet voor een ander oordeel. De Hoge Raad overweegt immers expliciet dat de ondersteunende werkzaamheden normaliter bij het geven van onderwijs worden verricht, terwijl vóór de samenwerking tussen de ROC’s die werkzaamheden door ieder van de ROC’s werden verricht. Voor de praktijk achten wij de uitkomst wenselijk, omdat dit arrest van de Hoge Raad voorkomt dat het samen verzorgen van een opleiding door ROC’s of andere onderwijsinstellingen leidt tot een extra btw-druk. Niettemin is deze zaak ook een belangrijk signaal dat bij het aangaan van samenwerkingen met (andere) onderwijsinstellingen de btw een belangrijk aandachtspunt is. De btw-specialisten van Van Driel Fruijtier zijn graag bereid om u of uw cliënten van deskundig advies te voorzien inzake de optimalisering van de btw-positie bij het aangaan van samenwerkingen in de onderwijssector en/of in kaart te brengen of bestaande samenwerkingen in de onderwijssector btw-risico’s met zich brengen en, zo ja, of deze btw-risico’s (voor de toekomst) vermeden kunnen worden. U kunt hiervoor contact opnemen met Machiel van Driel of Joanne Ligthart-de Bruin op het telefoonnummer 078 – 622 54 52 of de e-mailadressen mvandriel@vandrielfruijtier.nl of jligthart@vandrielfruijtier.nl.

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op