11 oktober 2013Verzorgen inning en betaling hypothecaire leningen belast met btw

Een ondernemer die in het verleden deel uitmaakte van twee verschillende fiscale eenheden voor de btw, verricht een tweetal diensten aan hypotheekverstrekkers. De eerste dienst betreft het ter beschikking stellen van een systeem om kredietaanvragen van potentiële kredietnemers te beoordelen en het uitbrengen van offertes. De tweede dienst wordt verricht nadat kredietovereenkomsten tot stand zijn gekomen en bestaat uit het voeren van een kredietadministratie, het berekenen van de maandelijks verschuldigde bedragen en het samenstellen van elektronische in- en excassodiensten. De ondernemer is van mening dat beide diensten zijn vrijgesteld van btw-heffing als zijnde (1) de bemiddeling inzake krediet en (2) handelingen inzake overmakingen en dergelijke en schuldvorderingen. De inspecteur deelt deze mening niet en heeft een naheffingsaanslag opgelegd. 

Door Rechtbank Haarlem is geoordeeld dat de diensten niet zijn vrijgesteld. Zij overwoog daarbij onder andere dat in casu sprake is van kredietbeheer, hetgeen op grond van de btw-richtlijn is uitgezonderd van de vrijstelling. Hof Amsterdam heeft in hoger beroep echter geoordeeld dat de eerste dienst geen vrijgestelde dienst is omdat geen sprake is van bemiddeling, maar slechts van het ter beschikking stellen van een computerprogramma aan kredietverstrekkers. Het hof oordeelde daarnaast echter dat de tweede dienst wel is vrijgesteld, nu de ondernemer over volmachten van de kredietverstrekkers beschikt om alle betalingen en inningen van gelden die voortvloeien uit de afgesloten leningen te verzorgen. 

De staatssecretaris heeft tegen het oordeel van het hof cassatie ingesteld. In haar conclusie heeft A-G Van Hilten de Hoge Raad geadviseerd om het cassatieberoep ongegrond te verklaren, omdat het oordeel van het hof feitelijk en niet onbegrijpelijk is. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep evenwel gegrond. Naar het oordeel van de Hoge Raad kwalificeert de tweede dienst, bestaande uit het voeren van een kredietadministratie, als een handeling die kenmerkend is voor het beheer van leningen. Dit betekent dat kredietverstrekkers het beheer van de door hen verstrekte leningen hebben uitbesteed aan de ondernemer. Het beheer van kredieten door een ander dan degene die deze heeft verleend, is op grond van de btw-richtlijn niet vrijgesteld van btw-heffing. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte het beroep van de ondernemer op de bankenresolutie heeft gehonoreerd, nu zijn dienstverlening niet-bijkomstige elementen bevat die niet kwalificeren als incasso. Tot slot verklaart de Hoge Raad het incidentele beroep van de ondernemer, die betoogt dat de eerste dienst wel degelijk kwalificeert als vrijgestelde bemiddeling inzake krediet, onder verwijzing naar jurisprudentie van het HvJ EU ongegrond. 

Zie 8.3.1 voor meer informatie over financiële activiteiten.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op