22 april 2015Verzoek om btw-teruggaaf zonnepanelen te laat ingediend

Een particulier heeft in 2012 zonnepanelen gekocht en daarvoor een factuur met € 1.269 btw ontvangen met factuurdatum 15 mei 2012. Op 20 juni 2013 heeft het HvJ in het Fuchs-arrest beslist dat de exploitatie van zonnepanelen een economische activiteit is. Per brief met dagtekening 8 augustus 2013 is verzocht om registratie als btw-ondernemer en is verzocht om teruggaaf van btw. Op 11 oktober 2013 is de particulier met terugwerkende kracht tot 20 juni 2013 geregistreerd als btw-ondernemer en is de particulier uitgenodigd tot het doen van aangifte voor de perioden vanaf 11 september 2013. Op 18 november 2013 heeft de particulier zijn verzoek om teruggaaf herhaald. Op 29 november 2013 is de btw-aangifte ingediend en een kopie van de factuur als bijlage gevoegd. Per brief met dagtekening 12 december 2013 heeft de inspecteur aangegeven dat hij voornemens is om geen btw-teruggaaf te verlenen, omdat de investering is gedaan voor 1 april. Met dagtekening 20 december 2013 wordt de teruggaaf bij beschikking verleend. Vervolgens is deze teruggaaf nageheven. In geschil is of dit terecht is.

Rechtbank Den Haag is van oordeel dat de teruggaaf ten onrechte is verleend. Volgens de rechtbank heeft de particulier verklaard dat hij kort na de installatie begonnen is met zijn economische activiteit, bestaande uit het leveren van elektriciteit. Op grond van art. 14 Wet OB had hij vanaf dat moment aangifte moeten doen en op grond van art. 31, lid 1 Wet OB moet de btw worden teruggevraagd in de aangifte over het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan (mei 2012). De particulier had vóór 1 juli 2012 moeten verzoeken om een uitnodiging tot het doen van aangifte, maar heeft dit pas op 8 augustus 2013 gedaan. Dit betekent dat dit verzoek te laat is ingediend. Dat de particulier zich pas na het Fuchs-arrest van het HvJ realiseerde dat hij ondernemersactiviteiten verricht maakt dit niet anders. Omdat de teruggaafbeschikking ten onrechte is afgegeven mocht de inspecteur deze teruggaaf naheffen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet, omdat niet is gebleken dat er mededelingen zijn gedaan of handelingen zijn verricht of nagelaten waaraan de particulier het vertrouwen mocht ontlenen dat geen naheffingsaanslag zou volgen.

De rechtbank bevestigt met deze uitspraak het beleid van de Belastingdienst op grond waarvan een huiseigenaar die vóór 1 april 2013 zonnepanelen heeft aangeschaft slechts recht heeft op teruggaaf van de btw op de zonnepanelen indien hij zich binnen een maand na afloop van het kwartaal waarin het recht op teruggaaf is ontstaan (d.i. de factuurdatum) als btw-ondernemer heeft aangemeld. De Belastingdienst lijkt bij de tijdigheid van de aanmelding als btw-ondernemer bij investeringen in zonnepanelen geen rekening te houden met de mogelijkheid van een aangiftetijdvak van een jaar. Dit is naar onze mening opmerkelijk aangezien in de praktijk veel kleine (startende) ondernemers per jaar btw-aangifte doen. In deze procedure zou dit standpunt de particulier niet baten, omdat hij ook dan te laat heeft verzocht om een uitnodiging tot het doen van aangifte.Voor meer informatie over btw en zonnepanelen verwijzen wij u naar ons memo hierover.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op