9 oktober 2014Verzending naheffingsaanslag btw op voorlaatste dag naheffingstermijn tijdig

Aangezien de btw een aangiftebelasting is en de btw-ondernemer dus zelf de verschuldigde btw vaststelt, heeft de inspecteur van de Belastingdienst ruime mogelijkheden om te weinig afgedragen btw of de teveel in aftrek gebrachte btw na te heffen. De inspecteur is echter gebonden aan een tijdslimiet van vijf jaar na het jaar waarin de btw verschuldigd is geworden, zo volgt uit de wet. Na het verstrijken van deze termijn kan de inspecteur niet meer naheffen. In een procedure bij Hof Den Bosch staat deze naheffingstermijn centraal. 

Bij X B.V., die onroerend goed verhandelt en verhuurt, is in 2006 een boekenonderzoek ingesteld. Tijdens dit onderzoek zijn in de administratie van X drie facturen met een totaalbedrag van € 19.200 met 0% btw van Belgische ondernemingen aangetroffen, voor “geleverd schilderwerk buiten” aan door X vrijgesteld verhuurd onroerend goed. Aangezien de inspecteur van mening was dat X (onder andere) deze btw ten onrechte in aftrek heeft gebracht, heeft zij vóór de afronding van het boekenonderzoek, mede ter behoud van rechten, een naheffingsaanslag over 2003 opgelegd aan X. De aanslag is gedagtekend 31 december 2008. X meent dat de naheffingsaanslag onterecht en niet tijdig is opgelegd en heeft daarom bezwaar en beroep aangetekend. 

Hof Den Bosch oordeelt in deze zaak dat de naheffingsaanslag tijdig is opgelegd. Aangezien X niet heeft gesteld dat het aanslagbiljet haar niet heeft bereikt, maar slechts dat zij dit te laat heeft ontvangen, tegenover de stelling van de inspecteur dat hij het aanslagbiljet op 30 december 2008 heeft aangeboden aan de postleverancier, heeft het hof geen reden om eraan te twijfelen dat het voor X bestemde aanslagbiljet vóór ultimo 2008 – dus binnen de naheffingstermijn van vijf jaar – is verzonden. 

Voorts oordeelt het hof dat de prestatie van de Belgische ondernemingen, bestaande in het “geleverd schilderwerk buiten” aan het onroerend goed van X, in Nederland verricht is en in verband met de verleggingsregeling bij X is belast. Gelet op het feit dat het onroerend goed btw-vrijgesteld werd verhuurd (zie 7.8), komt de door X verschuldigde btw niet voor aftrek in aanmerking. De naheffingsaanslag is daarom terecht opgelegd. 

Zie 15.1 voor meer informatie over de naheffingstermijn en 3.3.3 en 6.2.1.2 voor meer informatie over de verleggingsregeling voor het afnemen van diensten met betrekking tot onroerend goed van buitenlandse dienstverrichters.?

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op