1 juli 2015Vervoerder geen recht op aftrek invoer-btw wegens onttrekking aan douaneregeling

In de prejudiciële zaak DSV Road A/S (hierna: DSV) gaat het om de gelijknamige transportonderneming die op 23 augustus 2007 en 10 april 2008 als aangever twee regelingen voor extern communautair douanevervoer heeft opgestart voor het vervoer van 148 respectievelijk 703 verpakkingen met elektronicagoederen tussen het douanekantoor van vertrek, de vrijhaven Kopenhagen, en het douanekantoor van bestemming, de vrijhaven van Jönköping (Zweden). De Deense douane hebben de goederen zonder fysieke controle vrijgegeven, waarbij de termijnen voor aanbrenging liepen tot en met 31 augustus 2007 respectievelijk 13 april 2008. In beide gevallen zijn de goederen na ontvangst door de geadresseerde geweigerd en teruggebracht naar de vrijhaven in Kopenhagen, zonder dat zij waren aangeboden bij de vrijhaven van Kopenhagen en zonder dat de documenten voor douanevervoer waren geannuleerd. DSV betoogt dat zij diezelfde goederen op 13 september 2007 respectievelijk 17 april 2008, samen met andere producten, opnieuw naar Jönköping zijn verzonden. Voor elk van deze leveringen is een nieuwe regeling extern communautair douanevervoer opgestart en is een nieuw document voor douanevervoer opgesteld dat betrekking had op 573 respectievelijk 939 verpakkingen met elektronicagoederen. Deze twee douaneregelingen zijn op 13 september 2007 respectievelijk 23 april 2008 op correcte wijze afgesloten. De Deense autoriteiten betwisten dat de goederen die onder de eerste douaneregeling zijn vervoerd ook waren inbegrepen in de tweede levering en hebben betaling van invoerrechten en invoer-btw geëist.

De Deense appelrechter heeft aan het HvJ prejudiële vragen gesteld. De Deense rechter wenst te vernemen of sprake is van een onttrekking aan het douanetoezicht indien vaststaat dat de beide regelingen dezelfde goederen betrof (I) of niet vaststaat dat de beide regelingen dezelfde goederen betrof (II). Het HvJ is van oordeel dat geen sprake is van een onttrekking indien vaststaat dat het dezelfde goederen betrof. In dat geval kan alsnog sprake zijn van een douaneschuld wegens de te late aanbrenging van de goederen, hetgeen de verwijzende rechter moet beoordelen. Ten aanzien van de vraag of de Deense autoriteiten de aftrek mogen uitsluiten van de door DSV verschuldigde invoer-btw, oordeelt het HvJ dat het Unierecht zich hiertegen niet verzet indien DSV, die niet de invoerder of de eigenaar is van de betrokken goederen, uitsluitend het vervoer en de douaneafhandeling ervan (als onderdeel van zijn transportdienst) heeft verzorgd.

In een situatie zoals in deze zaak heeft de vervoerder geen recht op aftrek van de door hem verschuldigde invoer-btw. In de praktijk belast de vervoerder deze invoer-btw meestal door aan zijn opdrachtgever die deze btw vervolgens in aftrek brengt. Voor een doorbelasting van de invoer-btw aan de opdrachtgever is wel vereist dat in de algemene voorwaarden van de vervoerder is geregeld dat de opdrachtgever gehouden is de eventuele door de vervoerder verschuldigde invoer-btw te vergoeden. Voor meer informatie over invoer zie 10.1.3.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op