24 maart 2016Verstrekking kleiduiven en munitie gaan op in btw-vrijgestelde toegangverlening tot schietfaciliteiten

Het gelegenheid bieden tot een rondje kleiduivenschieten, waarvoor de schietfaciliteiten, de kleiduiven en de munitie benodigd zijn, is naar het oordeel van Hof Arnhem-Leeuwarden voor de btw aan te merken als één vrijgestelde prestatie.

Een kleiduivenschietsportvereniging zonder winstoogmerk heeft 18 hectare grond, opstallen en de inrichting van negen schietbanen met in totaal 44 schietposten en circa 80 kleiduivenwerpmachines in eigendom. Deze schietaccommodatie wordt door verschillende groepen gebruikt, namelijk leden, verlof- en/of aktehouders, aspirant-leden, passanten (zijnde gastschutters met een verlof- of jachtakte die lid zijn van een andere vereniging), recreanten en jachtcursisten. De leden en aspirant-leden betalen een jaarlijkse contributie aan de vereniging en kopen daarnaast kleiduiven in. Circa 80% gebruikt munitie van de vereniging. Passanten betalen een totaalbedrag voor het gebruik van de accommodatie en de kleiduiven. Zij mogen alleen schieten met de munitie die de vereniging ter beschikking stelt. Recreanten kunnen uitsluitend een arrangement kopen, dat bestaat uit het gebruik van de accommodatie, de kleiduiven, munitie, baangeweer, verzekering en instructeur. Jachtcursisten betalen, tot slot, een totaalbedrag voor een schietbeurt. De verkoop van kleiduiven vindt plaats door de aanschaf van een magnetische kaart, waarop het gewenste aantal kleiduiven is geregistreerd. Deze kaart kan in een afleesapparaat gestoken worden, waarna de kleiduiven worden afgeschoten. De schietkaart is uitsluitend bij de vereniging te gebruiken en blijft in eigendom van de vereniging.

De vereniging heeft in de jaren 2008 tot en met 2011 het 6%-tarief toegepast op de terbeschikkingstelling van munitie en kleiduiven en de schietarrangementen voor recreanten. Over de contributies van de leden en aspirant-leden is geen btw in rekening gebracht. Na een boekenonderzoek in 2013 heeft de inspecteur van de Belastingdienst een naheffingsaanslag opgelegd, omdat het tegen betaling ter beschikking stellen van kleiduiven en munitie door de vereniging naar zijn mening moet worden aangemerkt als een met 21% btw belaste levering. In uitspraak op het door de vereniging ingestelde bezwaar heeft de inspecteur zich nader op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de recreanten sprake is van het gelegenheid geven tot sportbeoefening, met als gevolg dat over de totale vergoeding het 6%-tarief van toepassing is.

Rechtbank Gelderland heeft in deze zaak geoordeeld dat de verstrekking van kleiduiven aan leden en niet-leden belast is met 6% btw. Beide partijen hebben hoger beroep ingesteld. In hoger beroep is in geschil of de prestaties van de vereniging kwalificeren als één btw-vrijgestelde dan wel met 6% btw belaste dienst (zoals de vereniging van mening is) of gesplitst moeten worden in de elementen toegang, kleiduiven en munitie (zoals de inspecteur van mening is).

Hof Arnhem-Leeuwarden is van oordeel dat de verstrekking van de kleiduiven niet los kan worden gezien van het verlenen van toegang tot de schietfaciliteiten van de vereniging. De rechtbank heeft volgens het hof terecht overwogen dat toegang tot de schietbaan voor de gebruiker -de modale consument- slechts waarde heeft als daar de mogelijkheid bestaat om op kleiduiven te schieten. De gang van zaken bij de vereniging laat zien dat de gebruiker wel het lot van de kleiduif kan bepalen door aan te geven wanneer deze moet worden afgeschoten, maar dat de beschikkingsmacht van de kleiduif niet overgaat van de vereniging naar de gebruiker. Dat de gebruiker apart voor de kleiduiven betaalt, verbreekt de onlosmakelijke band met de toegang tot de schietfaciliteiten niet, meent het hof. Kortom: voor het beoefenen van de schietsport is de afworp van de kleiduiven onontbeerlijk en voor de gebruiker horen de toegang tot de schietfaciliteiten en de afworp van de kleiduiven dan ook bij elkaar. Het zou kunstmatig zijn om deze prestaties uit elkaar te halen.

Het hof overweegt dat ook de verstrekking van munitie opgaat in de hoofddienst, die bestaat uit de toegang tot de schietfaciliteiten en de afworp van de kleiduiven. De feiten dat 80% van de (aspirant-)leden munitie koopt bij de vereniging en het voor passanten verplicht is munitie af te nemen bij de vereniging zijn hierbij van belang.

Het eindoordeel van het hof luidt dat het gelegenheid bieden tot een rondje kleiduivenschieten, waarvoor de schietfaciliteiten, de kleiduiven en de munitie benodigd zijn, voor de btw aan te merken is als één vrijgestelde prestatie.

 De vereniging, die zowel bezwaar, beroep als hoger beroep heeft ingesteld, heeft geen voordeel bij de uitspraak van het hof. Integendeel: nu de vrijstelling van toepassing is, heeft de vereniging ter zake geen recht op aftrek van voorbelasting en de ter zitting doorgenomen berekeningen laten zien dat de naheffingsaanslag, zoals verminderd in de uitspraak op bezwaar, in dat geval eerder te laag dan te hoog is, zo blijkt uit de uitspraak. Hoewel de vereniging haar standpunt bevestigd ziet door het hof, zal zij dus te maken krijgen met een financiële tegenvaller. Door het verbod van reformatio in peius (een burger mag door het instellen van bezwaar of beroep er niet nog slechter voor komen te staan dan het geval was voordat hij aan de procedure begon) blijft de bestaande naheffingsaanslag gehandhaafd. Dit benadrukt het belang van het vooraf overwegen van de voor- en nadelen die een gerechtelijke procedure met zich kunnen brengen.

Zie  5 voor meer informatie over de verschillende btw-tarieven.

 

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op