17 mei 2019Verstrekker van tankkaarten geen recht op btw-aftrek doorbelaste brandstofkosten

In 2003 heeft het Hof van Justitie in de zaak Auto Lease Holland beslist dat een leasemaatschappij geen recht heeft op aftrek van de btw op brandstof die de lessee op naam en voor rekening van de leasemaatschappij heeft getankt. Volgens het Hof van Justitie levert de pomphouder de brandstof voor de btw direct aan de lessee en verricht de leasemaatschappij aan de lessee een dienst die bestaat in de financiering van de aankoop van de brandstof. In Nederland, maar ook in andere lidstaten is dit arrest genegeerd. Dat is praktisch gezien ook niet onbegrijpelijk. De beslissing van het Hof van Justitie betekent immers dat de pomphouder voor de levering van brandstof een (vereenvoudigde) btw-factuur moet uitreiken aan de lessee, ook al loopt de afrekening via de leasemaatschappij.

 

Het is echter de vraag hoe lang de zaak Auto Lease Holland in de praktijk nog genegeerd kan en gaat worden. Op 15 mei jl. heeft het Hof van Justitie in de zaak Vega International een beslissing genomen met dezelfde strekking als die in de zaak Auto Lease Holland. In deze zaak gaat het om een in Oostenrijk gevestigde holding die de verstrekking van tankkaarten voor het gehele concern organiseert en beheert en in het kader daarvan de facturen voor de levering van brandstof ontvangt en met een opslag van 2% doorbelast aan haar (buitenlandse) dochtervennootschappen. De Poolse fiscus weigert om aan Vega International een btw-teruggaaf te verlenen, omdat de brandstof niet aan haar (maar aan de Poolse dochtervennootschap) is geleverd en zij slechts een btw-vrijgestelde financieringsdienst heeft verricht waarvoor geen recht op btw-aftrek bestaat. Het Hof van Justitie bevestigt die opvatting. Die beslissing van het Hof heeft ingrijpende consequenties. Vega International heeft namelijk geen recht op teruggaaf van de btw op de brandstof, maar is – zolang de incorrecte facturen niet zijn gecorrigeerd – de ten onrechte in rekening gebrachte btw over de brandstofkosten en de opslag wel verschuldigd. Daarnaast heeft de Poolse dochtervennootschap geen recht op de door de holding (ten onrechte) in rekening gebrachte btw over de doorbelaste brandstofkosten plus opslag. De Poolse dochtervennootschap moet als afnemer van de brandstof immers beschikken over aan haar uitgereikte btw-facturen om de btw op de brandstof terug te kunnen vragen.

 

Het is vooralsnog onduidelijk hoe Nederland en andere lidstaten met dit arrest zullen omgaan. Duidelijk is wel dat de belastingdiensten in Nederland en andere lidstaten met voormelde arresten een machtig wapen in handen hebben om zowel de btw-teruggaaf te weigeren aan de verstrekker van de tankkaarten als aan de tankkaarthouder. Speelt dit bij u? Neem dan contact op en laat u informeren over de eventuele mogelijkheden om dit onwenselijke scenario te voorkomen.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op