14 september 2015Verstrekken parkeergelegenheid bij natuurpark belast met 6% btw

Het verstrekken van parkeergelegenheid bij een natuurpark is volgens Rechtbank Gelderland een bijkomende dienst die deelt in het 6%-tarief voor het verlenen van toegang tot het natuurpark. 

Een in 1935 opgerichte stichting beheert en verleent tegen vergoeding toegang tot een park van ruim 5.400 hectare met onder meer bos, heidevelden, grasvlakten en zandverstuivingen. In het park leven verschillende dieren in het wild en zijn bijzondere boomsoorten te vinden. Het park is te voet of met de auto te bezoeken. Tevens zijn er op verschillende plaatsen in het park (gratis) witte fietsen waarmee bezoekers zich kunnen verplaatsen. Ook kunnen bezoekers hun eigen fiets meenemen of een blauwe fiets huren. Met de auto kan een beperkt deel van het park worden bereikt. In het park is het op een beperkt aantal plaatsen toegestaan om de auto te parkeren in de berm langs de weg. Bezoekers die met de auto naar het park gaan, maar het park niet met de auto willen betreden, kunnen deze parkeren op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen, die zijn gelegen aan de doodlopende weg die eindigt bij een van de drie ingangen van het omheinde park. De toegangsprijs voor een volwassene bedroeg in 2012 € 8,20 per persoon. Bezoekers die met de auto toegang willen krijgen betalen per auto € 6 extra voor de toegang (tarief 2012). Bezoekers die de auto bij één van de drie ingangen van het park parkeren, betalen hiervoor € 2 (tarief 2012). 

Over de omzet die wordt behaald met toegangskaarten en de entreegelden voor de auto’s heeft de stichting 6% btw op aangifte voldaan en over de opbrengsten van het parkeren (bij de toegangen tot het park) 19% btw. Over de maand augustus 2012 heeft de stichting bezwaar gemaakt tegen de voldoening van 19% btw voor het verstrekken van parkeergelegenheid bij de ingangen van het park. De inspecteur heeft dit bezwaar afgewezen waarna de stichting beroep heeft ingesteld bij Rechtbank Gelderland. 

De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat geen sprake is van twee zo nauw met elkaar verbonden elementen dat zij objectief gezien één niet te splitsen economische prestatie vormen. De rechtbank volgt partijen daarin. Wel is in geschil of het verstrekken van parkeergelegenheid een bijkomende prestatie is ten opzichte van het verlenen van toegang tot het park. In 2006 oordeelde de Hoge Raad dat het verstrekken van parkeergelegenheid bij een attractiepark een op zichzelf staande dienst was. Niettemin leidt de rechtbank uit het arrest van de Hoge Raad inzake de verkoop van servicecertificaten af dat dit arrest niet zonder meer leidt tot btw-heffing voor het verstrekken van parkeergelegenheid. De rechtbank is van oordeel dat voor het publiek geen afzonderlijk belang bestaat bij het parkeren op de parkeerplaatsen van de stichting en dat de parkeerterreinen slechts geëxploiteerd worden met het doel om de bezoekers in staat te stellen het optimale genot van het park te krijgen. Voor de modale consument is, aldus de rechtbank, de toegang tot het park de hoofddienst en het gelegenheid geven tot parkeren de bijkomende dienst. De rechtbank oordeelt daarom dat het beroep gegrond is en een btw-teruggaaf van € 2.358 moet worden verleend aan de stichting.

De rechtbank oordeelt naar onze mening terecht dat het ‘Servicecertificaten-arrest’, waarin de Hoge Raad oordeelde dat de verkoop van servicecertificaten opgaat in de verkoop van de apparatuur, de vraag oproept of het ‘Efteling-arrest’ nog onverkort geldt. De kans is daarom groot dat deze zaak een vervolg krijgt. 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op