17 maart 2016Verruimde btw-vrijstelling onderwijs bij samenwerking scholen

De Ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Financiën hebben overleg gevoerd over samenwerking binnen het onderwijs. Besloten is dat, naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad over VAVO-onderwijs, onderwijsondersteunende diensten onder voorwaarden kunnen delen in de onderwijsvrijstelling.

Op 22 januari 2016 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het verzorgen van voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (VAVO-opleidingen) door een tweetal samenwerkende ROC’s niet belast is met btw. De bijdrage die ieder van de ROC’s moest leveren bestond volgens de Hoge Raad uit werkzaamheden die in de regel bij het geven van (volwassenen)onderwijs aan de orde zijn en die door de ROC’s ook vóór de samenwerking werden verricht als onderdeel van het volwassenenonderwijs. Als de ROC’s al prestaties tegen vergoeding zouden verrichten, dan is naar het oordeel van de Hoge Raad sprake van een ondeelbare onderwijsprestaties waarin de ondersteunende werkzaamheden van de ROC’s opgaan.

In een recent nieuwsbericht heeft de Rijksoverheid laten weten dat het kabinet de verruiming van de btw-vrijstelling voor het verzorgen van onderwijs gaat benutten. Hierover is overleg gevoerd door de ministeries van Onderwijs en Financiën. Samenwerking in het onderwijs heeft volgens hen grote meerwaarde, met het oog op de terugloop van studentenaantallen en de wens om te komen tot meer doorlopende leerlijnen.

Voortaan geldt de btw-vrijstelling ook voor onderwijsondersteunende diensten, indien aan de volgende drie voorwaarden wordt voldaan: 

  • de onderwijsondersteunende diensten worden verricht tussen onderwijsinstellingen;
  • de onderwijsinstelling verricht in hoofdzaak onderwijs. De onderwijsondersteunende diensten zijn dan bijkomstig aan die btw-vrijgestelde onderwijsprestatie die de onderwijsinstelling in het kader van de samenwerking verricht. Dit betekent dat de onderwijsondersteunende diensten opgaan in de onderwijsprestatie, zodat sprake is van één ondeelbare btw-vrijgestelde onderwijsprestatie. Het maakt hierbij niet uit dat de ene onderwijsinstelling in voorkomende gevallen gebruik maakt van de door de andere onderwijsinstelling verrichte onderwijsondersteunende diensten;
  • de onderwijsondersteunende diensten moeten qua omvang en inhoud gebruikelijk zijn bij het geven van het specifieke onderwijs waarin de samenwerking plaatsvindt.

Als voldaan is aan bovengenoemde voorwaarden, kan de vrijstelling voor onderwijsondersteunende diensten ook van toepassing zijn op de horizontale samenwerking tussen  basisscholen, voortgezet onderwijsinstellingen, mbo-instellingen en ho-instellingen (hbo en universiteit), de zogenoemde verticale samenwerking tussen onder andere vmbo’s en mbo’s die samen leerroutes aanbieden en de verticale samenwerking tussen mbo-instellingen en hbo’s, zoals het aanbieden van een associate degree traject. Kortom, in alle sectoren wordt samenwerking vergemakkelijkt en kunnen onderwijsinstellingen werk maken van goed en innovatief onderwijs, waar volgens het nieuwsbericht “iedere leerling, scholier en student van profiteert.” Meer specifiek voor het mbo geldt dat deze mogelijkheid meer ruimte biedt voor andere vormen van samenwerking, zoals samenwerkingscolleges.

Het bericht van de Rijksoverheid betreft een rectificatie van een op 24 februari 2016 uitgebracht nieuwsbericht naar aanleiding van het VAVO-arrest. Hierin maakte het Ministerie van OCW melding van een akkoord over een ruimere btw-vrijstelling bij samenwerking van onderwijsinstellingen. Dit bericht is begin maart op verzoek van het Ministerie van Financiën ingetrokken, omdat het niet klopte en ongenuanceerd was. Zie