9 juli 2019Verlaging maatstaf van heffing toegestaan bij beëindiging huurovereenkomst; btw verschuldigd over schadevergoeding

Feiten

UniCredit Leasing heeft in 2006 een leaseovereenkomst met koopoptie met betrekking tot een onroerende zaak gesloten met Vizatel. De overeenkomst had een looptijd van elf jaar tegen betaling van een maandelijkse leasetermijn. In de overeenkomst was opgenomen dat UniCredit de overeenkomst voortijdig kon ontbinden in geval van niet-betaling door Vizatel van minstens drie leasetermijnen. In dat geval kon Unicredit de betaling eisen van een schadevergoeding ter hoogte van de contante waarde van alle nog te vervallen leasetermijnen voor de volledige leaseperiode, verminderd met de restwaarde van de onroerende zaak. In 2008 heeft de Bulgaarse Belastingdienst een naheffingsaanslag opgelegd aan UniCredit, waarbij de maatstaf van heffing gelijk is aan het totale bedrag van de verschuldigde leasetermijnen voor de volledige looptijd van de overeenkomst. Aangezien Vizatel sinds april 2009 geen leasetermijnen meer betaalt, heeft UniCredit de leaseovereenkomst medio 2015 eenzijdig beëindigd. UniCredit verzoekt de fiscus vervolgens om teruggaaf van de btw. De Bulgaarse rechter heeft prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ.

Art. 90 btw-richtlijn; Bulgaars recht

Art. 90 van de btw-richtlijn luidt: ‘In geval van annulering, verbreking, ontbinding of gehele of gedeeltelijk niet-betaling, of in geval van prijsvermindering nadat de handeling is verricht, wordt de maatstaf van heffing dienovereenkomstig verlaagd onder de voorwaarden die door de lidstaten worden vastgesteld’. Het tweede lid van dit artikel luidt: ‘In geval van gehele of gedeeltelijke niet-betaling kunnen de lidstaten van lid 1 afwijken’. Bulgarije heeft gebruik gemaakt van deze afwijking in lid 2.

HvJ

Verlaging maatstaf van heffing bij beëindiging huurovereenkomst

Het HvJ heeft geoordeeld dat er met betrekking tot de leasetermijnen die door Vizatel verschuldigd zijn voor de datum van ontbinding van de leaseovereenkomst (april 2009-medio 2015) geen sprake is van verbreking, maar van niet-betaling. Het HvJ gaat in op de begrippen ‘annulering’, ‘ontbinding’ en ‘verbreking’ en stelt dat zij betrekking hebben op situaties waarin de verplichting van de schuldenaar om zijn schuld af te lossen volledig heeft opgehouden te bestaan of is vastgesteld op een definitief bepaald niveau. Het verschil met de niet-betaling is dat de niet-betaling geen definitief karakter heeft. Bulgarije mag in eerste instantie op grond van artikel 90, lid 2 btw-richtlijn het recht op teruggaaf van btw ontzeggen, aangezien Bulgarije gebruik heeft gemaakt van deze afwijking.

Op basis van het beginsel van fiscale neutraliteit dient echter wel een verlaging van de maatstaf van heffing te worden gegeven. UniCredit dient dan wel aan te tonen dat het redelijk waarschijnlijk was dat de schuld niet werd voldaan. Art. 90, lid 2 btw-richtlijn is dus in deze situatie niet van toepassing. Het HvJ stelt dat artikel 90, lid 2 Btw-richtlijn enkel is opgenomen in de btw-wetgeving om onzekerheid over de niet-betaling weg te nemen. In ze casus heeft Vizatel al bijna negen jaar niet heeft betaald. Het HvJ oordeelt dat het redelijk waarschijnlijk is dat de schuld in deze casus niet zal worden voldaan. Het is aan de nationale autoriteiten om hier een oordeel over te vellen.

Btw verschuldigd over schadevergoeding

Voor de leasetermijnen die verschuldigd zijn na het beëindigen van de leaseovereenkomst geldt dat Unicredit een contractuele schadevergoeding kon eisen. Het HvJ stelt dat de schadevergoeding een belastbare vergoeding voor de leaseprestaties is. Volgens het HvJ moet de schadevergoeding worden beschouwd als een vergoeding voor een prestatie, omdat de schadevergoeding gelijk is aan het bedrag dat de ondernemer gedurende de resterende contractduur zou hebben ontvangen indien de overeenkomst niet was beëindigd. Kortom, over de schadevergoeding is btw verschuldigd. Als de betaling van de schadevergoeding achterwege blijft, geldt dat er sprake is van een niet-betaling. Hiervoor geldt hetzelfde als hierboven namelijk dat de Unicredit de btw alsnog terug kan krijgen indien Unicredit kan aantonen dat het redelijk waarschijnlijk is dat de schadevergoeding niet zal worden voldaan.

In Nederland luidt artikel 29, lid 1 Wet OB als volgt: ‘in geval van annulering, verbreking, ontbinding of gehele of gedeeltelijke niet-betaling, of in geval van prijsvermindering nadat de goederenlevering of dienst is verricht, wordt de maatstaf van heffing dienovereenkomstig verlaagd en ontstaat voor de ondernemer in zoverre recht op teruggaaf van de door hem voldane belasting’. Nederland heeft geen gebruik gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid van artikel 90 lid 2 van de btw-richtlijn. Het recht op teruggaaf ontstaat op het tijdstip waarop de annulering, verbreking, ontbinding, gehele of gedeeltelijke niet-betaling of de prijsvermindering komt vast te staan, met dien verstande dat in geval van (gedeeltelijke) niet-betaling het recht op teruggaaf geacht wordt te zijn ontstaan uiterlijk één jaar na het tijdstip waarop de vergoeding opeisbaar is geworden. De wettelijke mogelijkheden om bij niet-betaling btw terug te vorderen van de Belastingdienst zijn in Nederland dus ruimer dan in Bulgarije. Wij als BTW-INSTITUUT zijn u uiteraard graag van dienst bij de beoordeling of er nog wettelijke mogelijkheden zijn om btw terug te vorderen in geval problemen met de afnemer van de dienst.

Met betrekking tot een schadevergoeding merken wij het volgende op: een schadevergoeding is in beginsel niet belast met btw, omdat de vergoeding niet betaald wordt in ruil voor een overeengekomen prestatie. Kenmerkend voor een schadevergoeding is immers dat iemand tegen zijn wil schade lijdt en hiervoor schadeloos wordt gesteld in de vorm van een geldelijke vergoeding. Het is echter te kort door de bocht om te stellen dat uit een schadevergoeding nooit btw verschuldigd is. In sommige gevallen wordt volgens afspraak een vergoeding betaald voor de te lijden schade. In deze casus is dit het geval. Een dergelijke (schade)vergoeding is aan te merken als de vergoeding voor een belaste dienst. Bij iedere schadevergoeding die een btw-ondernemer ontvangt is het daarom noodzakelijk vast te stellen of het gaat om een vergoeding voor een levering of dienst. Wij als BTW-INSTITUUT zijn u uiteraard graag van dienst bij de beoordeling of een schadevergoeding belast is met btw of niet.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op