17 april 2015Verkoop kortingskaart btw-belast

Granton Advertising BV (hierna: Granton) hield zich bezig met de uitgifte en de verkoop van zogenaamde “Grantoncards”. Deze kaarten werden verkocht aan particulieren en gaven recht op korting bij bedrijven zoals restaurants, bioscopen en sauna’s,  die daartoe een overeenkomst hadden gesloten met Granton. Granton past bij verkoop van de kaarten de btw-vrijstelling voor cadeaubonnen toe.  

In het verleden is aan de B.V. een naheffingsaanslag opgelegd, omdat de inspecteur van mening was dat deze bonnen niet als cadeaubonnen kwalificeerden. De Hoge Raad heeft in 1998, onder verwijzing naar de resolutie van 22 december 1992, nr. VB92/2060 geoordeeld dat wel degelijk sprake is van de verkoop van cadeaubonnen, omdat de bonnen gebruikt kunnen worden als (gedeeltelijke) betaling van goederen. Bovengenoemde resolutie is in 1999 vervangen door een besluit waarin staat aangegeven dat kortingsbonnen, anders dan cadeaubonnen, niet kwalificeren als waardepapieren. Dit betekent dat de verkoop van kortingsbonnen niet is vrijgesteld, maar belast is tegen het algemene btw-tarief. De inspecteur, die van mening is dat de door de B.V. verkochte bonnen kwalificeren als kortingsbonnen, heeft een naheffingsaanslag opgelegd. De B.V. brengt daartegenin dat sprake is van de verkoop van ‘andere waardepapieren’ als bedoeld in de Wet OB of ‘andere handelspapieren’ als bedoeld in de btw-richtlijn. 

 

In eerste aanleg is door Rechtbank Breda geoordeeld dat de bonnen geen ‘andere waardepapieren’ of ‘andere handelspapieren’ vormen en de verkoop van de kaarten derhalve niet zijn vrijgesteld van btw-heffing. Hof Den Bosch is echter niet zeker van deze beperkte uitleg en heeft het HvJ EU daarom de prejudiciële vragen gesteld of de door Granton verkochte bonnen als zodanig kwalificeren en zo ja, of de uitgifte en verkoop van de bonnen vrijgesteld zijn van btw-heffing. Het hof vraagt zich tevens af of hierbij van belang is dat het praktisch onmogelijk is om bij gebruik van de kortingskaart btw te heffen over (een evenredig deel van) de voor de kortingskaart betaalde vergoeding. Het HvJ EU heeft in deze zaak geoordeeld dat de verkoop van een kortingskaart geen handeling is betreffende “andere waardepapieren” omdat de kaart geen nominale waarde heeft en bij de aangesloten bedrijven niet inwisselbaar is voor geld of producten. Het HvJ EU oordeelde dat evenmin sprake is van handeling inzake andere handelspapieren aangezien de kaarten, ondanks dat deze recht geven of prijskorting, geen betaalinstrument vormt. De verkoop van de kaarten is derhalve niet vrijgesteld van btw-heffing maar belast tegen het algemene btw-tarief van 21%, aldus het HvJ EU.

 

Hof Den Bosch heeft recent uitspraak gedaan en – onder verwijzing naar het arrest van het HvJ EU – geoordeeld dat de verkoop van kaarten die het recht geven op korting bij  bepaalde organisaties niet is vrijgesteld van btw-heffing. Het beroep van de B.V. op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel wordt door het hof afgewezen.

 

Zie 8.3.1.6 voor meer informatie over kortingskaarten.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op