22 maart 2016Verkoop jacht door B.V. geen economische activiteit

De verkoop van een jacht door een B.V. is niet aan te merken als een economische activiteit, omdat de B.V. niet meer heeft gedaan dan het loutere uitoefenen van haar rechten als eigenaar van het jacht.

De directeur-grootaandeelhouder (hierna: dga) van (een of meerdere B.V.’s in) een fiscale eenheid waarvan de bedrijfsactiviteiten bestaan in de exploitatie van hotels, restaurants en cafés, heeft in 2008 € 950.000 geleend aan een zakenrelatie. In 2008 is de zakenrelatie in de financiële problemen geraakt. In december 2008 heeft X B.V., die onderdeel uitmaakt van de fiscale eenheid, het stalen motorjacht gekocht voor € 400.000. Het jacht is bij notariële akte in 2009 geleverd aan X B.V. Ter zake van deze levering is geen btw in rekening gebracht. X B.V. heeft het motorjacht opgenomen op de balans en de kosten m.b.t. onderhoud, stalling en verzekering ten laste van het resultaat gebracht. De btw ter zake van de kosten voor het motorjacht is door de fiscale eenheid niet in aftrek gebracht. In 2011 heeft de fiscale eenheid het motorjacht geleverd aan de dga voor € 330.000. In de akte van levering is vermeld dat sprake is van een levering in de zin van art. 3, lid 3, onderdeel a Wet OB, een onttrekking van een bedrijfsgoed voor privédoeleinden. Ter zake van deze levering is aan de dga geen btw in rekening gebracht en er is ook geen btw op aangifte voldaan. De dga heeft het jacht vervolgens verkocht voor € 330.000 aan een derde. Het jacht is gedurende de periode dat het in eigendom was van X B.V. niet gebruikt.

In 2013 legt de inspecteur een naheffingsaanslag op, omdat naar zijn mening btw is verschuldigd over de levering van het jacht door de fiscale eenheid aan de dga. Tevens heeft de inspecteur een verzuimboete opgelegd van € 4.920.

Na afwijzing van het bezwaar stelt de fiscale eenheid beroep in bij Rechtbank Gelderland, die van oordeel is dat de verkoop van het jacht een economische activiteit is van de fiscale eenheid, verricht door een handelaar. Omdat de verkoop van jachten niet tot de normale bedrijfsactiviteiten van de fiscale eenheid behoort, is de fiscale eenheid geen wederverkoper waardoor de margeregeling toepassing mist, aldus het oordeel van de rechtbank.

De fiscale eenheid heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. In hoger beroep oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden dat de omstandigheid dat het jacht door een rechtspersoon geleverd is, niet van belang is voor het antwoord op de vraag of sprake is van een economische activiteit. De btw is namelijk een objectieve belasting, die niet afhankelijk is van de rechtsvorm van het subject dat de activiteiten verricht. Volgens het hof is wél van doorslaggevend belang of Beheer B.V., die onderdeel uitmaakt van de fiscale eenheid, heeft gehandeld ‘gelijk een fabrikant, handelaar of dienstverrichter’. In casu is niet gebleken dat Beheer B.V. meer heeft gedaan dan het loutere uitoefenen van haar rechten als eigenaar van het jacht, door bijvoorbeeld het jacht zomerklaar te maken en om te varen naar een stalling. Dat een gespecialiseerde makelaar is ingehuurd om een koper voor het jacht te vinden, is evenmin een omstandigheid die wijst op meer dan normaal vermogensbeheer. De conclusie is daarom dat Beheer B.V. het jacht als eigenaar en niet als handelaar heeft verkocht. De verkoop is geen economische activiteit voor de heffing van btw, aldus het hof.

 Het oordeel van het hof is in overeenstemming met het arrest Kezi?, waarin het HvJ oordeelde dat handelingen die een belastingplichtige onder bezwarende titel verricht in beginsel onderworpen zijn aan de heffing van btw, tenzij hij het goed verkoopt in het kader van het beheer van zijn niet-ondernemingsvermogen en niet in het kader van de uitoefening van zijn economische activiteit. Zie 1.4 voor meer informatie over het verrichten van economische activiteiten.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op