30 augustus 2017Verkoop combikaart transferium twee afzonderlijke prestaties

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de verkoop van een combikaart door de exploitant van Utrechtse Parkeer- en Reislocaties (transferia) moet worden gesplitst in twee afzonderlijke prestaties.

In deze zaak gaat het om de gemeente Utrecht die vier Parkeer- en Reislocaties (transferia) exploiteert. De bezoekers van de transferia krijgen bij het inrijden een inrijkaart die binnen een uur ingewisseld kan worden voor een combikaart. Met een combikaart kunnen maximaal vijf personen de gehele dag gebruik maken van het gemeentelijk openbaar vervoer binnen de gemeente Utrecht. De combikaart doet tevens dienst als uitrijkaart voor het transferium. Het parkeertarief bij de transferia bedraagt € 4,50, het tarief voor de combikaart (in 2014) € 5. Tot december 2013 werd door het vervoersbedrijf per combikaart € 3,29 in rekening gebracht. Vanaf december 2013 wordt het gemeentelijk openbaar vervoer verzorgd door een andere vervoerder. Bij de transferia kan geen los kaartje worden gekocht voor het openbaar vervoer. Uiteraard kan de bezoeker wel rechtstreeks bij de vervoerder een kaartje kopen. In 2013 heeft 50% van de bezoekers van een van de transferia de inrijkaart ingewisseld voor een combikaart. Een van de transferia verschilt met de andere drie transferia, omdat in de omgeving van dit transferium veel gratis parkeerplaatsen zijn.

De inspecteur heeft per brief van 13 juli 2009 met betrekking tot een van de transferia medegedeeld dat de verkoop van een combikaart één samengestelde prestatie is met als hoofdprestatie het aanbieden van vervoer (belast met 6% btw). Naar aanleiding van het Purple Parking-arrest van het HvJ is de inspecteur op dit standpunt teruggekomen en heeft hij per brief van 19 april 2013 medegedeeld dat dat sprake is van één samengestelde prestatie waarbij het gelegenheid geven tot parkeren de hoofdprestatie is en het aanbieden van het vervoer de bijkomende prestatie (belast met 21% btw). Hierbij is het standpunt ingenomen dat per 1 januari 2014 21% btw voldaan moet worden over de verkoop van combikaarten. De exploitant van de transferia heeft in de aangifte over het tijdvak januari 2014 21% btw voldaan ter zake van de verkoop van de combikaarten. Tegen de teruggaafbeschikking ten bedrage van € 135.244 is bezwaar gemaakt en is verzocht om een aanvullende teruggaaf van € 7.147. De inspecteur heeft het bezwaar afgewezen. Tegen deze beslissing is beroep ingesteld bij Rechtbank Gelderland.
De rechtbank is van oordeel dat de hoofddienst bestaat in het gelegenheid geven tot parkeren, omdat het de modale consument daarom te doen. Het openbaar vervoer naar het centrum moet worden gezien als bijkomende dienst en volgt het fiscale lost van de hoofddienst. De verkoop van combikaarten vormt één dienst en hierover is de gemeente Utrecht 21% btw verschuldigd. Het beroep is ongegrond. Tegen de uitspraak van de rechtbank is hoger beroep ingesteld. In hoger beroep komt Hof Arnhem-Leeuwarden tot een tegengesteld oordeel. Volgens het Hof verricht de exploitant twee afzonderlijke prestaties, te weten: het gelegenheid geven tot parkeren en het bieden van openbaar vervoer binnen de stad. Het Hof stelt dat de twee diensten eenvoudig te onderscheiden zijn, omdat zij door verschillende aanbieders worden verzorgd. Tevens oordeelt het Hof dat de twee diensten los te koop zijn en zonder problemen los kunnen worden afgenomen om naar het centrum te reizen. Aangezien het openbaar vervoer veel gebruikers heeft die geen parkeerruimte nodig hebben en de transferia veel gebruikers hebben die slechts gebruik maken van de parkeergelegenheid. Het hoger beroep van de exploitant wordt derhalve gegrond verklaard. De vergoeding dient te worden gesplitst. De inspecteur moet aan de exploitant het betaalde griffierecht vergoeden en tevens de gemaakte proceskosten.

Conclusie: In deze zaak zijn wij het eens met de uitspraak van het Hof. Het gaat hier opnieuw om een zaak over de vraag of er sprake is van een of meerdere prestaties. De rechtspraak tot op heden is divers, wat voor een deel uiteraard ook wordt veroorzaakt door de niet gelijke feiten en omstandigheden. Gezien deze diversiteit in de rechtspraak is het tijd dat de Hoge Raad zorgt voor rechtseenheid en helderheid geeft.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op