10 september 2015Verjaringstermijn die feitelijk leidt tot straffeloosheid btw-fraude in strijd met Unierecht

In de prejudiciële zaak “Taricco e.a.” gaat het om een aantal verdachten die strafrechtelijk worden vervolgd wegens het in 2005 tot en met 2009 oprichten van een vereniging met het oogmerk verschillende strafbare feiten ter zake van de btw te plegen. Hun wordt ten laste gelegd dat zij een constructie voor btw-carrouselfraude hebben opgezet en daarbij met name “plofvennootschappen” hebben opgericht en valse documenten hebben uitgereikt waarmee zij flessen champagne zonder btw hebben aangekocht. Dankzij deze “btw-carrousel” kon Planet Srl over de champagne beschikken tegen een lagere prijs dan de marktwaarde en deze goederen aan haar afnemers verkopen, waardoor zij de markt vervalste. Planet Srl heeft door deze “plofvennootschappen” uitgereikte facturen ontvangen voor onbestaande handelingen. De plofvennootschappen dienden geen btw-aangiften in dan wel betaalden de op de facturen vermelde btw niet. Planet Srl heeft de aan haar in rekening gebrachte btw wel in aftrek gebracht en aldus valse btw-aangiften ingediend. 

Uit de verwijzingsbeslissing van de Italiaanse rechter volgt dat hij, na tal van procesincidenten in de bij hem aanhangige strafzaak en nadat hij talloze malen door de verdachten tijdens de preliminaire zitting opgeworpen excepties heeft verworpen, jegens een van de verdachten, Anakiev, de zaak zonder vonnis moet afdoen wegens verjaring van de betrokken strafbare feiten. De aan de verdachten ten laste gelegde strafbare feiten worden gestraft met een gevangenisstraf van maximaal zes jaar en voor de oprichters van de vereniging maximaal zeven jaar. Hoewel de verjaring is gestuit, kan de verjaringstermijn voor de ten laste gelegde feiten tot maximaal zeven jaar en zes maanden worden verlengd, of voor de oprichters van de vereniging, acht jaar en negen maanden vanaf de strafbare feiten. Volgens de verwijzende rechter zullen alle ten laste gelegde strafbare feiten, zo zijn al niet verjaard zijn, uiterlijk 8 februari 2018 verjaren, nog voor jegens de verdachten een definitief vonnis kan worden uitgesproken. Deze verjaringstermijn heeft feitelijke straffeloosheid voor de btw-fraude tot gevolg en deze feitelijke straffeloosheid is, aldus de verwijzende rechter, in Italië geen uitzondering maar regel. Bovendien is het voor de Italiaanse fiscus doorgaans onmogelijk om het bedrag van de btw waarop de strafbare feiten betrekking hebben alsnog te innen. Gelet hierop vraagt de verwijzende rechter -kort gezegd- aan het HvJ of deze verjaringsregels in strijd zijn met het Unierecht.

Het HvJ oordeelt dat als de verwijzende rechter vaststelt dat de toepassing van de nationale bepalingen inzake de stuiting van de verjaring tot gevolg heeft dat feiten die ernstige fraude uitmaken, in een groot aantal gevallen niet strafrechtelijk worden bestraft doordat deze feiten doorgaans verjaren alvorens bij een definitieve rechterlijke uitspraak de bij de wet gestelde strafsanctie kan worden opgelegd, dan dient te worden vastgesteld dat de maatregelen die naar nationaal recht zijn genomen ter bestrijding van fraude geen doeltreffende en afschrikwekkende maatregelen zijn, hetgeen in strijd is met het Unierecht. Bovendien moet de verwijzende rechter nagaan of de betrokken nationale bepalingen op gevallen van btw-fraude op dezelfde manier van toepassing zijn als op fraudegevallen waardoor alleen de financiële belangen van Italië worden geschaad, hetgeen het Unierecht eist. Hiervan is geen sprake indien, zoals door de Europese Commissie ter terechtzitting heeft opgemerkt, voor fraude ter zake van accijns en tabakswaren in Italië geen absolute verjaringstermijn geldt. Indien de verwijzende rechter tot de slotsom komt dat de betrokken nationale bepalingen in strijd zijn met het Unierecht dan moet hij de volle werking van het Unierecht waarborgen en deze bepalingen buiten toepassing laten, zonder dat hij hoeft te verzoeken of af te wachten totdat deze bepalingen door de wetgever of door enige andere constitutionele procedure worden ingetrokken.

De hand van de EU reikt ver. Nationale strafrechtelijke bepalingen inzake de (stuiting van de) verjaring van strafbare feiten moeten(!) door een strafrechter terzijde worden geschoven indien deze in strijd zijn met de Unierechtelijke verplichtingen om btw-fraude op een doeltreffende en afschrikwekkende wijze te bestrijden. De verwoede pogingen om de procedure zo lang mogelijk te rekken en aldus aan een strafrechtelijke veroordeling door verjaring te ontkomen, lijken voor de verdachten in onderhavige Italiaanse strafzaak derhalve niet het gewenste resultaat op te leveren.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op