16 november 2012Verhuur woonboot is btw-vrijgestelde verhuur onroerend goed

De Duitse Susanne Leichenich (hierna: Leichenich) heeft in 1999 met de Duitse water- en scheepvaartdienst een overeenkomst gesloten voor het gebruik van een op de linkeroever van de Rijn nabij Keulen gelegen stuk grond en het daaraan grenzende stuk rivier. Volgens deze overeenkomst is dat stuk grond en rivier ter beschikking gesteld om er een woonboot, met aanlegsteiger, als restaurant te gebruiken. De betrokken woonboot ligt reeds dertig jaar aangemeerd aan de oever van de Rijn en is vastgemaakt met (niet gemakkelijk los te maken) touwen, kettingen en ankers. De woonboot beschikt o.a. over een aanlegsteiger, postadres, riolering en een aansluiting op het water- en elektriciteitsnetwerk. Leichenich verhuurde de woonboot aan een personenvennootschap, die de woonboot gebruikte als restaurant en later als discotheek. Op aanraden van haar belastingadviseurs heeft Leichenich aan de vennootschap geen btw in rekening gebracht, omdat zij meenden dat sprake was van de vrijgestelde verhuur van onroerend goed. de Duitse belastingdienst heeft echter een naheffingsaanslag opgelegd, omdat sprake zou zijn van de btw-belaste verhuur van een roerende zaak. Leichenich is vervolgens een civiele procedure gestart tegen haar adviseurs, teneinde de door haar betaalde btw van hen te vorderen. De Duitse rechter heeft vervolgens het HvJ EU om uitleg verzocht. 

Het HvJ EU heeft in deze zaak geoordeeld dat de verhuur van de woonboot niet los gezien kan worden van de verhuur van de ligplaats en daarom kwalificeert als een onroerend goed. Omdat de woonboot een functionele en economische eenheid vormt met de delen waaruit de ligplaats bestaat, te weten de daarbij behorende grond boven en onder water, kwalificeert deze verhuur als verhuur van onroerend goed. De verhuur van de woonboot en de aanlegsteiger, die bedoeld is om toegang te verschaffen tot de woonboot, kwalificeert voorts als één prestatie, waarbij de verhuur van de aanlegsteiger bijkomstig is bij de verhuur van de woonboot. Tot slot merkt het HvJ EU op dat de woonboot niet aan te merken is als een voertuig, omdat de woonboot reeds dertig jaar voor een totaal andere bestemming (namelijk als restaurant en discotheek) is gebruikt. De functie van de woonboot is daarmee vergelijkbaar met de functie van een als restaurant of discotheek gebruikt gebouw. De verhuur van de woonboot is derhalve niet aan te merken als de verhuur van een vervoermiddel. 

Zie 7.1 voor meer informatie over het begrip onroerend goed.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op