22 augustus 2017Verhuur van ligplaatsen in jachthavens belast met 21% btw

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de verhuur van ligplaatsen in de jachthavens niet aan te merken is als het geven van gelegenheid tot sportbeoefening door het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie, maar als de verhuur van parkeerruimte voor vaartuigen. Het verlaagde btw-tarief van 6% is niet van toepassing.

Een fiscale eenheid exploiteert een recreatiecentrum, bestaande uit een kampeerterrein, twee jachthavens, een speeltuin, natuurbad met ligweide, supermarkt, restaurant en wasserette. De jachthavens hebben in totaal 350 ligplaatsen die hoofdzakelijk aan particulieren ter beschikking worden gesteld tegen betaling van liggelden. In de jachthaven worden de vaartuigen aangemeerd of gestald en kunnen zij worden gerepareerd of onderhouden, wordt elektriciteit geladen en kan proviand aan boord worden gebracht. Ook kunnen de opvarenden gebruik maken van faciliteiten voor hun persoonlijke verzorging. De fiscale eenheid heeft 21% btw voldaan over de liggelden. In geschil is welk btw-tarief van toepassing is op de liggelden die de vaste gasten en passanten betalen.

De terbeschikkingstelling van ligplaatsen kan alleen in het verlaagde btw-tarief van 6% delen indien het onder de post b.3 ‘het geven van gelegenheid tot sportbeoefening en baden’ van Tabel I kan vallen. Het nationale begrip ‘het geven van gelegenheid tot sportbeoefening’ veronderstelt dat een dienst wordt verleend aan iemand die zonder dat die dienst wordt verleend, niet dezelfde gelegenheid zou hebben tot de sportbeoefening. Er moeten dus twee elementen aanwezig zijn om te kunnen spreken van het gelegenheid geven tot sportbeoefening in de zin van post b.3 van Tabel I: a) het gelegenheid geven tot sportbeoefening en b) in een gebouw dat of een locatie die is ingericht voor de sportbeoefening. Hof Arnhem-Leeuwarden leidt uit het unierechtelijke begrip ‘recht gebruik te maken van een sportaccommodatie’ af dat dit het recht betreft accommodaties te gebruiken die voor sportbeoefening en lichamelijke opvoeding zijn bestemd, alsmede het gebruik daarvan met dat doel voor ogen. Dit begrip heeft geen betrekking op accommodaties waar geen daadwerkelijke sportbeoefening plaatsvindt. In casu kan geen sprake zijn van gelegenheid geven tot sportbeoefening, aangezien het sporten niet plaatsvindt in de jachthavens, maar in open water. Daarnaast heeft de fiscale eenheid niet aannemelijk gemaakt dat zij in de jachthavens zelf gelegenheid biedt tot sportbeoefening en dat de voorzieningen die zij biedt op deze sportbeoefening zijn gericht. De voorzieningen die worden geboden, zijn gericht op vaartuigen en hun opvarenden, en niet op de sportbeoefening. Hierdoor kunnen de jachthavens niet worden aangemerkt als sportaccommodaties. Het hof oordeelt dat de liggelden die de fiscale eenheid in rekening brengt aan vaste gasten en passanten niet kunnen worden aangemerkt als de vergoeding voor het recht gebruik te maken van een sportaccommodatie, maar als de vergoeding voor de verhuur van parkeerruimte voor vaartuigen. Hierop is het algemene btw-tarief van 21% van toepassing. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen, omdat de fiscale eenheid niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van (feitelijk en rechtens) gelijke gevallen. De goedkeuring in het Besluit van de Staatssecretaris van 4 september 2014 betreft immers de terbeschikkingstelling van sportaccommodaties, terwijl de jachthavens van de fiscale eenheid geen sportaccommodaties zijn. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

 Voor de toepassing van het 6%-tarief moet de exploitant van de jachthaven aannemelijk maken dat met de verrichte prestaties gelegenheid wordt gegeven tot sportbeoefening in een sportaccommodatie. Uit het arrest Bastova van het HvJ volgt namelijk dat diensten die verband houden met het gebruik van accommodaties bestemd voor het passieve verblijf worden uitgesloten van het recht gebruik te maken van sportaccommodaties. Dit betekent dat er meer nodig is dan de terbeschikkingstelling van een ligplaats. Gedacht kan worden aan het geven van lessen op het water in combinatie met de terbeschikkingstelling van voorzieningen, zoals kleed- en doucheruimte, een ligplaats etc. Zie 5.2.2 voor meer informatie over de toepassing van het 6%-tarief op het geven van gelegenheid tot sportbeoefening in een sportaccommodatie. Voor meer informatie over de sportvrijstelling zie 8.2.4.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op