14 juli 2017Verhuur ligplaatsen in jachthaven belast met 21% btw

De verhuur van ligplaatsen voor vaartuigen is belast met 21% btw. Hof Amsterdam heeft geoordeeld dat het enkele feit dat de ligplaats gebruikt wordt voor een zeilboot en de huurder van de ligplaats ook gebruik mag maken van voorzieningen in een jachthaven onvoldoende is om de prestaties aan te merken als het geven van gelegenheid tot sportbeoefening (belast met 6% btw).

De feiten in deze zaak zijn als volgt. Een fiscale eenheid voor de btw exploiteert twee jachthavens, waar zowel haar klanten als passanten een ligplaats kunnen huren. Na betaling van liggeld krijgt de huurder van de ligplaats het recht gebruik te maken van de ligplaats, steigers, toiletten en douches, afvaldepots, groenvoorziening, opslaglocaties (tegen bijbetaling), diverse onderhouds- en reparatieapparatuur en diverse faciliteiten die in een jachthaven gebruikelijk zijn. Ook is er een EHBO/BHV-voorziening aanwezig en is sprake van toezicht door de havenmeesters en met gebruik camerabewaking. Ter zake van de liggelden is 21% btw aangegeven. In geschil is of de fiscale eenheid 21% btw is verschuldigd ter zake van de liggelden. De inspecteur heeft het bezwaar van de fiscale eenheid afgewezen. In eerste aanleg heeft Rechtbank Noord-Holland de inspecteur in het gelijk gesteld.

In hoger beroep oordeelt Hof Amsterdam dat het enkele feit dat zeilen een internationaal erkende sport is niet betekent dat ook recreatief zeilen als sportbeoefening kwalificeert. Steun hiervoor vindt het hof in het Commissie/Nederland-arrest. Zeilen kan als sportbeoefening worden aangemerkt indien de zeilboot op grond van zijn objectieve kenmerken geschikt is voor sportbeoefening én daarvoor in hoofdzaak wordt gebruikt. Anders dan de fiscale eenheid meent kwalificeert zeilen daarom niet in alle omstandigheden als sportbeoefening. Voor zover het zeilen kwalificeert als sportbeoefening is de vervolgvraag of de terbeschikkingstelling van een ligplaats aan te merken is als het recht gebruik te maken van een sportaccommodatie. Het hof leidt uit het Bastova-arrest af dat alleen in het geval de jachthaven nodig is voor de beoefening van de zeilsport het 6%-tarief van toepassing is. Het is aan de fiscale eenheid om dit te bewijzen. Naar het oordeel van het hof is de fiscale eenheid hierin niet geslaagd. Dit betekent dat het hof ervan uitgaat dat 21% btw verschuldigd is.

 De btw-ondernemer die stelt hij het lage btw-tarief mag toepassen moet dit bewijzen, d.w.z.: aannemelijk maken. De exploitant van de jachthavens in deze zaak slaagt hierin niet. Wat opvalt is dat het betoog van de exploitant van de jachthavens sterk leunt op de uitleg van de btw-vrijstelling voor diensten die nauw samenhangen met sportbeoefening. Uit het arrest Commissie/Nederland volgt dat de terbeschikkingstelling van ligplaatsen voor vaartuigen een btw-vrijgestelde nauw met de sportbeoefening samenhangende dienst kan zijn. Zoals het hof terecht oordeelt wordt in dit arrest een nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen vaartuigen die wegens hun objectieve kenmerken geschikt zijn voor de beoefening van sport en vaartuigen die dat niet zijn. Het gestelde feit dat 75% van de ligplaatsen ter beschikking is gesteld aan zeilboten maakt derhalve niet duidelijk of deze zeilboten ook geschikt zijn voor sportbeoefening. Afgezien daarvan, de btw-vrijstelling heeft betrekking op diensten die nauw samenhangen met sportbeoefening, terwijl het 6%-tarief betrekking heeft op het daadwerkelijk gelegenheid geven tot sportbeoefening in een sportaccommodatie. Jurisprudentie en beleid inzake de ‘sportvrijstelling’ kunnen daarom niet één-op-één worden doorgetrokken naar het 6%-tarief voor het geven van gelegenheid tot sportbeoefening. Het is naar onze mening evident dat een ligplaats voor een vaartuig geen sportaccommodatie is. De accommodatie van een jachthaven kan dit wel zijn, maar in deze zaak is dat niet aannemelijk gemaakt. Voor de toepassing van het 6%-tarief moet het aannemelijk zijn dat de exploitant van de jachthaven met de verrichte prestatie gelegenheid geeft tot sportbeoefening in een sportaccommodatie. Naar onze mening is hiervoor meer nodig dan de terbeschikkingstelling van een ligplaats. Hierbij kan gedacht worden aan het geven van zeilles op het water in combinatie met de terbeschikkingstelling van voorzieningen, zoals kleed- en doucheruimte, een ligplaats etc. Zie 5.2.2 voor meer informatie over de toepassing van het 6%-tarief op het geven van gelegenheid tot sportbeoefening in een sportaccommodatie. Voor meer informatie over de sportvrijstelling zie 8.2.4.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op