8 oktober 2014Verhuur kantoorruimte en garage aan B.V. geen economische activiteit

Maatschap X, een samenwerkingsverband tussen de echtgenoten A en B, heeft in 2006 grond aangekocht en hierop een woning laten bouwen. Na oplevering van de woning in 2008 hebben de echtgenoten hun intrek genomen in deze woning. De maatschap heeft een overeenkomst gesloten met C Holding B.V., waarvan A directeur en enig aandeelhouder is. Op grond van deze overeenkomst stelt de maatschap een kantoorruimte in de woning alsmede de garage tegen vergoeding ter beschikking aan C. De maatschap heeft vervolgens de btw die ter zake van de bouw van de woning aan haar in rekening is gebracht, teruggevraagd en -ontvangen. Naar aanleiding van een boekenonderzoek heeft de inspecteur zich echter op het standpunt gesteld dat de verhuur van de ruimten niet kwalificeert als een economische activiteit en de maatschap om die reden geen recht op teruggaaf van de bouw-btw had, waarna een naheffingsaanslag is opgelegd. 

In eerste aanleg heeft Rechtbank Arnhem het door de maatschap ingestelde beroep ongegrond verklaard. Hof Arnhem oordeelde het hoger beroep eveneens ongegrond, aangezien de maatschap volgens het hof geen bewijzen had geleverd dat de ruimten werkelijk voor economische doeleinden, namelijk om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen, worden gebruikt. In cassatie oordeelde de Hoge Raad dat het begrip ‘economische activiteit’ een ruime werkingssfeer en een objectief karakter heeft. Indien de maatschap aannemelijk maakt dat de ruimten duurzaam ter beschikking zijn gesteld aan C, om gebruikt te worden als kantoorruimte door A en als parkeerruimte voor de bedrijfsauto, en ook daadwerkelijk hiervoor worden gebruikt, en voorts aannemelijk is dat de maatschap hiervoor een vergoeding ontvangt van C, is dit naar het oordeel van de Hoge Raad voldoende om te concluderen dat de ruimten worden gebruikt om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen. De Hoge Raad heeft de zaak na gegrondverklaring ter verdere behandeling en beslissing doorverwezen naar Hof Den Bosch. 

Hof Den Bosch verklaart het beroep ongegrond. De maatschap heeft, tegenover de betwisting door de inspecteur, niet het begin van bewijs bijgebracht dat zij in ruil voor het ter beschikking stellen van de kantoorruimte en garage een vergoeding heeft ontvangen van C. Het is reeds daarom niet aannemelijk geworden dat de ruimten worden gebruikt om er (duurzaam) opbrengst uit te verkrijgen en de dienstverlening door X kwalificeert als een economische activiteit, aldus het hof. Bovendien heeft X de garage ook voor privédoeleinden gebruikt en de door partijen opgestelde huurovereenkomst niet nageleefd. X heeft derhalve geen recht op teruggaaf van de bouw-btw.

Zie 1.8.1 voor deze uitspraak en meer informatie over de verhuur van onzelfstandige ruimten aan een B.V.? 

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op