18 november 2013Verhuur kamers voor raamprostitutie belast met 21% btw

X B.V. (hierna: X) vormt een fiscale eenheid met Y Holding B.V. (hierna: Y). X huurt een reeks panden van Y en A, die tezamen eigenaar van deze panden zijn. In de panden exploiteert X een raamprostitutiebedrijf, waarvoor de gemeente een exploitatievergunning heeft afgegeven. Bij het afgeven van deze vergunning heeft de gemeente verplichtingen gesteld in het kader van de openbare orde en veiligheid. Zo moet X beheerders van de panden aanstellen, voor de veiligheid van de prostituees en klanten zorgen, maatregelen nemen om de hygiëne en de bescherming van de volksgezondheid te waarborgen en erop toezien dat geen overlast wordt veroorzaakt. X stelt tegen vergoeding specifiek voor prostitutiediensten ingerichte en afsluitbare accommodaties ter beschikking aan prostituees. De prostituees hebben recht op gebruik van de ruimte met een vitrine en daarnaast kunnen zij gebruik maken van een gemeenschappelijke ruimte, waar een frisdrankenautomaat staat. X verzorgt daarnaast toezicht, controle en bewaking en verricht onderhoud en beheer. 

X meent dat de door hem verrichte prestaties niet zijn belast met btw. De inspecteur van de Belastingdienst, die een tegengestelde mening is toegedaan, heeft over het jaar 2010 naheffingsaanslagen van 21% btw opgelegd aan X. Na handhaving van de naheffingsaanslagen bij uitspraken op bezwaar heeft X beroep ingesteld bij Rechtbank Den Haag. X heeft daarbij aangevoerd dat sprake is van verhuur van onroerend goed, dan wel dat haar diensten niet in Nederland belast zijn, dan wel dat sprake is van strijd met het verbod op willekeur, nu vergelijkbare diensten in de hotelbranche niet tegen het algemene, maar het verlaagde btw-tarief belast zijn. 

De rechtbank heeft in deze zaak geoordeeld dat geen sprake is van btw-vrijgestelde verhuur van onroerend goed (zie 7.8), aangezien de dienst van X bestaat uit meer dan het enkel ter beschikking stellen van een kamer. Het kenmerkende element van de dienst van X is het aanbieden van een relatief veilige en schone werkplek aan prostituees. De plaats waar de prostituees deze dienst van X afnemen, valt naar het oordeel van de rechtbank samen met de plaats van hun prestaties. Zij verbruiken de dienst immers onmiddellijk in het kader van en op de plaats van de door hen verrichte prostitutiediensten. Tot slot oordeelde de rechtbank dat de inspecteur niet handelt in strijd met het verbod op willekeur door andere btw-ondernemers (in het bijzonder in de hotelbranche) toe te staan hun diensten te belasten met 6% btw, nu deze diensten naar hun aard niet vergelijkbaar zijn met de diensten door X. In hoger beroep oordeelt Hof Den Haag eensluidend. X heeft geen feiten en omstandigheden aannemelijk kunnen maken die zijn standpunten bevestigen, zodat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd en de door hem verrichte diensten belast zijn met 21% btw. 

 In het op 19 september 2013 verschenen besluit inzake btw en onroerend goed is aangegeven dat het gelegenheid geven tot raamprostitutie kwalificeert als verhuur plus, een prestatie die belast is tegen het algemene btw-tarief.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op