22 juni 2018Verhuur kamers aan prostituees btw-vrijgesteld

Over de vraag hoe de terbeschikkingstelling van kamers aan prostituees moet worden gekwalificeerd zijn reeds verschillende procedures gevoerd. Uitgangspunt is dat als de terbeschikkingstelling van de kamers en de beheerwerkzaamheden (bewaking, toezicht etc) door dezelfde btw-ondernemer worden aangeboden sprake is van ‘verhuur plus’ (belast met 21% btw). In de praktijk komt het ook voor dat de eigenaar van de panden alleen de kamers verhuurt en de beheerwerkzaamheden door een derde worden verricht. De Hoge Raad heeft voor die situatie geoordeeld dat indien de vergunning voor de exploitatie van een seksinrichting mede omvat het verrichten van beheerwerkzaamheden deze werkzaamheden – behoudens tegenbewijs door de vergunninghouder (de verhuurder van de kamers) – behoren tot de werkzaamheden van de vergunninghouder jegens de prostituee. De beheerwerkzaamheden behoren slechts dan niet tot de door de vergunninghouder verrichte prestatie indien de beheerder deze werkzaamheden uitsluitend op grond van een met de prostituee gesloten overeenkomst op eigen naam en voor eigen risico verricht. In een recente procedure is aan Hof ’s Hertogenbosch de vraag voorgelegd of een kamerverhuurder in die bewijslast is geslaagd.

Feiten

Een BV houdt zich in diverse gemeenten bezig met de verhuur van kamers aan prostituees voor de uitoefening van (raam)prostitutie in panden waarvan zij eigenaar is. De BV beschikt in enkele gemeenten over de noodzakelijke exploitatievergunningen. In elk van de exploitatievergunningen zijn natuurlijke personen aangewezen die in de panden waarop de vergunningen betrekkingen hadden, de feitelijke leiding uitoefenen (de beheerders). Die natuurlijke personen zijn ook verantwoordelijk voor naleving van de voorschriften verbonden aan de exploitatievergunning. De beheerwerkzaamheden verricht de BV niet zelf, maar worden voor eigen rekening en risico door een andere B.V. verricht. Volgens de inspecteur laat dit onverlet dat de BV btw verschuldigd is over de terbeschikkingstelling van de kamsers, terwijl de BV meent dat dit met zich brengt dat sprake is van btw-vrijgestelde verhuur van onroerend goed. De vraag of in het eerste kwartaal van 2008 al dan niet btw verschuldigd is over de terbeschikkingstelling van de kamers is voorgelegd aan de rechter.

Procedureverloop

Rechtbank en Hof Den Haag hebben geoordeeld dat de BV geen btw-vrijgestelde prestatie verricht. In de eerste cassatieronde heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de BV gegrond verklaard en heeft hij de zaak verwezen naar Hof Amsterdam teneinde te beoordelen of de derde de beheerwerkzaamheden uitsluitend op grond van een met de prostituee gesloten overeenkomst op eigen naam en voor eigen risico verricht. Hof Amsterdam heeft geoordeeld dat dit niet het geval is. In de tweede cassatieronde oordeelt de Hoge Raad echter dat het hof de bewijslast onjuist heeft verdeeld en heeft hij de zaak ter verdere behandeling verwezen naar Hof ’s Hertogenbosch.

Hof

In geschil is of de verhuur van kamers aan prostituees vrijgesteld is van btw. Na de tweede verwijzing oordeelt Hof ‘s Hertogenbosch als volgt. De Hoge Raad heeft in het eerste verwijzingsarrest (overwogen dat bij het verlenen van een exploitatievergunning om een sexinrichting te exploiteren, die omstandigheid in feite inhoudt dat de exploitant aan de voorwaarden voldoet. Tot die voorwaarden behoort het moeten verrichten van werkzaamheden in het belang van de prostituee. Daarmee stelt de exploitant niet alleen een kamer ter beschikking aan de prostituees, maar is sprake van een btw-belaste prestatie.

Dit is anders als de exploitant aannemelijk kan maken dat hij de bijkomende werkzaamheden niet zelf verricht en hij alleen de kamers ter beschikking stelt. Volgens het hof is de exploitant hierin geslaagd. De exploitant heeft namelijk die extra werkzaamheden volledig uitbesteed en heeft ook zelf niet de middelen om die extra werkzaamheden te verrichten. De beheerder heeft de beheerwerkzaamheden op eigen naam en voor eigen rekening en risico verricht aan de prostituees, de beheerder heeft hiervoor facturen uitgereikt aan de prostituees en de prostituees hebben de door de beheerder in rekening gebrachte vergoeding voor de beheerwerkzaamheden direct aan de beheerder betaald. In dit geval kunnen de beheerswerkzaamheden niet tot de door de exploitant jegens de prostituees verrichte dienstverlening worden gerekend.

De verhuurder van de kamers/exploitant heeft in deze zaak met succes een procedure gevoerd. De verhuurder van de kamers moet immers het bewijsvermoeden weerleggen dat hij niet alleen de kamers verhuurt, maar ook de beheerwerkzaamheden verricht aan de prostituee. Hiervoor is nodig dat de verhuurder van de kamers aannemelijk maakt dat de beheerder de beheerwerkzaamheden voor eigen rekening en risico (direct) aan de prostituee verricht. Hierbij kan mede belang gehecht worden aan het feit dat de beheerder een factuur uitreikt aan de prostituee voor de beheerwerkzaamheden waarop de prostituee wordt genoemd als de afnemer van deze prestatie en waarop zij verplicht wordt om de vergoeding voor de beheerwerkzaamheden te betalen. In deze zaak is dit het geval geweest. Voor meer informatie over de verhuur van onroerend goed zie 7.8

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op