14 februari 2017Verhuur garageboxen is btw-belaste verhuur van parkeerruimte

Een vof is eigenaar van elf garageboxen en verhuurt deze garageboxen afzonderlijk aan particulieren of ondernemers. In de huurovereenkomsten is opgenomen dat het gehuurde uitsluitend bestemd is om te worden gebruikt als garage/bergruimte. Over de verhuur van deze garageboxen heeft de vof geen btw in rekening gebracht, omdat zij van mening is dat de vrijstelling voor verhuur van onroerend goed van toepassing is. De inspecteur is van mening dat sprake is van een btw-belaste verhuur van parkeerruimte voor voertuigen en legt een naheffingsaanslag op. In geschil is of dit terecht is. De Rechtbank vindt dat de uitzondering op de vrijstelling van toepassing is. Het Hof vindt dat de uitzondering niet van toepassing is. De Hoge Raad oordeelt dat de verhuur van deze garageboxen – die wat betreft hun aard en inrichting bestemd zijn voor het parkeren van voertuigen en waarvan contractueel niet is uitgesloten dat zij als parkeerruimte voor voertuigen worden gebruikt – moet worden aangemerkt als de verhuur van parkeerruimte voor voertuigen en daarom onderworpen is aan btw-heffing. Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de inspecteur in het gelijk gesteld. De garageboxen zijn naar het oordeel van de Rechtbank naar hun aard bedoeld om te worden gebruikt als parkeerruimte voor voertuigen en het gebruik als parkeerruimte voor voertuigen is niet uitgesloten in de door de verhuurder gesloten overeenkomsten.

Hof Den Bosch is van oordeel dat de verhuur van de garageboxen is vrijgesteld. Het Hof geeft aan dat op basis van de ervaringsregels in het maatschappelijke verkeer de garageboxen vaak gebruikt worden voor andere doeleinden dan voor het stallen van voertuigen, waardoor de garageboxen onroerende zaken zijn die naar hun aard (inrichting) kunnen worden gebruikt voor verschillende doeleinden en daardoor multifunctioneel zijn. Op grond van het Vastgoedbesluit van de Staatssecretaris kon belanghebbende dan het vertrouwen ontlenen dat de verhuur van de garageboxen is vrijgesteld van omzetbelasting aangezien de garageboxen primair voor andere doeleinden dan voor het parkeren van voertuigen kunnen worden gebruikt en gebruik als bergruimte contractueel ook is toegestaan. De Staatssecretaris heeft beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad geeft aan dat, gelet op de aard (inrichting) van de ruimte, van doorslaggevend belang is wat de bestemming is van de onroerende zaak om te bepalen of sprake is van de verhuur van een parkeerruimte (btw-belast) dan wel de verhuur van een multifunctionele ruimte (btw-vrijgesteld). Het staat vast dat de garageboxen naar hun aard zijn bestemd om te worden gebruikt als parkeerruimte voor een voertuig. Niet is gesteld noch is gebleken dat de garageboxen over voorzieningen beschikken die deze in het bijzonder geschikt maakt voor andere doeleinden dan het parkeren van een voertuig. Bovendien is het gebruik van de garageboxen als parkeerruimte ook contractueel niet uitgesloten, zodat de verhuur van de garageboxen op basis van het Vastgoedbesluit (onderdeel 7.4.3, letter a) kwalificeert als de verhuur van parkeerruimte. Gelet op het voorgaande kan de garagebox niet worden aangemerkt als een multifunctionele ruimte. De Hoge Raad oordeelt dat de verhuur van deze garageboxen – die wat betreft hun aard en inrichting bestemd zijn voor het parkeren van voertuigen en waarvan contractueel niet is uitgesloten dat zij als parkeerruimte voor voertuigen worden gebruikt – moet worden aangemerkt als de verhuur van parkeerruimte voor voertuigen en daarom onderworpen is aan btw-heffing. Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard.

 De verhuur van onroerende zaken is in beginsel vrijgesteld van btw. Een uitzondering op deze vrijstelling is als het gaat om de verhuur van parkeerruimte voor voertuigen. Dit is van rechtswege belast met btw. Uit onder meer HvJ 13 juli 1989, nr. 173/88 Morten Henriksen volgt dat deze uitzondering op de vrijstelling voor de verhuur van onroerende zaken niet te beperkt mag worden uitgelegd, omdat deze uitzondering ervoor zorgt dat de verhuur van parkeerruimte in het btw-stelsel wordt betrokken en derhalve met btw wordt belast. Het begrip ‘parkeerruimte’ heeft een ruime strekking. Zo is sprake van een btw-belaste verhuur van parkeerruimte als het gaat om de verhuur van onroerende zaken die naar hun aard (inrichting) bestemd zijn om te worden gebruikt als parkeerruimte voor voertuigen en waarbij het gebruik als parkeerruimte tussen partijen niet is uitgesloten. Dit betekent dat er snel wordt voldaan aan deze uitzondering op de vrijstelling. Ook onroerende zaken die naar hun aard niet bestemd zijn om als parkeerruimte voor voertuigen te worden gebruikt, maar waarbij partijen zijn overeengekomen om die zaak voor een overeengekomen periode uitsluitend te gebruiken als parkeerruimte is btw belast. Denk bijvoorbeeld aan multifunctionele ruimten en weilanden die mogen worden gebruikt als parkeerruimte voor voertuigen en kassen waarin caravans worden gestald. Het lijkt erop dat de bedoeling tussen partijen een dusdanig groot belang heeft, omdat de verhuur is vrijgesteld van btw, mits tussen partijen overeengekomen wordt dat het onroerend goed niet gebruikt mag worden voor het parkeren van voertuigen. Aan het Vastgoedbesluit kan niet het vertrouwen worden ontleend dat de verhuur van de garageboxen is vrijgesteld van btw. De mogelijkheid dat de huurder aan een garagebox een andere aanwending mag geven of geeft, maakt in de context van het Besluit die garagebox niet tot een multifunctionele ruimte.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op