28 maart 2012Verbouwing supermarkt tot modezaak geen vervaardiging

Een B.V. verricht beheer- en managementactiviteiten met betrekking tot onroerend goed. In mei 2007 verkrijgt de B.V. een appartementsrecht inzake een winkel. De winkel is gelegen op de begane grond van een gebouw. Boven de winkel bevinden zich op de eerste en tweede verdieping vier appartementen die als woning worden gebruikt. Behalve de ruimte onder de appartementen omvat de winkelruimte ook een uitbouw waarboven geen bebouwing was (de uitbouw). Het dak van de winkel op de uitbouw werd voor een deel gebruikt als galerij voor de appartementen. Aan de winkel zijn werkzaamheden verricht. Nagenoeg de gehele uitbouw is gesloopt, de gevels zijn verwijderd, de binnenmuren zijn volledig verwijderd zodat een ‘kale ruimte’ is ontstaan. In deze ruimte is vervolgens een nieuwe winkelruimte voor een modezaak gecreëerd waarbij o.m. de gevels opnieuw zijn aangebracht, de ingang is verplaatst en de balkons van de appartementen zijn aangepast. De nieuwe winkelruimte is aanzienlijk kleiner dan de oude. Naar het oordeel van Rechtbank Haarlem is door deze verbouwing een vervaardigd (nieuw) gebouw ontstaan. Hof Amsterdam oordeelt in hoger beroep anders. Naar zijn oordeel is geen nieuw gebouw ontstaan omdat bij een beoordeling van het gebouw als geheel (waarvan de winkelruimte integrerend onderdeel vormt) geen sprake is van een functiewijziging, terwijl voorts niet gezegd kan worden dat in wezen sprake is van nieuwbouw. Dit betekent dat de verkrijging van het appartementsrecht niet vrijgesteld is van overdrachtsbelasting (de samenloopvrijstelling). Zie voor deze uitspraak 7.2.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op