19 juni 2017Verblijfplaats koper in lidstaat bestemming geen voorwaarde nultarief ICL

Mag een lidstaat de toepassing van het nultarief voor een intracommunautaire levering (hierna: ICL) weigeren indien de koper in het land van aankomst zijn (permanente) verblijfplaats niet heeft? In het Santogal-arrest beantwoordt het HvJ deze vraag ontkennend.

De feiten in deze zaak zijn als volgt. Santogal is een in Portugal gevestigde autohandelaar. Begin 2010 verkocht Santogal een nieuwe auto aan een Angolees met de bestemming voor persoonlijk gebruik in Spanje. De koper heeft zijn Spaanse identiteitsnummer voor vreemdelingen getoond. De auto is door de koper naar Spanje vervoerd. Op verzoek van Santogal heeft de koper het certificaat van de technische keuring en het certificaat van (tijdelijke) inschrijving in Spanje verstrekt. Nadien blijkt dat de koper zijn verblijfplaats in Portugal had en daar stond ingeschreven als een bestuurder van een vennootschap. Aan Santogal is vervolgens een btw-naheffingsaanslag opgelegd. De Portugese rechter vraagt zich af of de toepassing van de vrijstelling (in Nederland: nultarief) voor een ICL mag worden geweigerd op de grond dat de koper niet zijn (permanente) verblijfplaats heeft in het land van aankomst.

Het HvJ oordeelt – conform de conclusie van de A-G – dat uit art. 138 btw-richtlijn volgt dat aan het nultarief voor een ICL niet de eis is verbonden dat de koper zijn verblijfplaats heeft in het land van aankomst. De woonplaats van de koper is één van de objectieve gegevens om vast te stellen of het verkochte goed de lidstaat van vertrek daadwerkelijk heeft verlaten en waar het eindverbruik plaatsvindt, maar is niet bepalend voor de kwalificatie als ICL. Datzelfde geldt voor de inschrijving van de auto in de lidstaat van aankomst. Van de verkoper mag niet worden verlangd dat hij bewijst of de regeling voor de tijdelijke inschrijving is vervallen en de verwervings-btw in de lidstaat van aankomst is of zal worden betaald. Van de verkoper mag wel worden geëist dat hij te goeder trouw handelt en alle maatregelen neemt om te zorgen dat hij met de handeling die hij verricht niet betrokken raakt bij btw-fraude. De verkoper mag daarom niet enkel afgaan op de door de koper geuite bedoeling om een auto naar een andere lidstaat te vervoeren voor persoonlijk aldaar; de door de koper geuite bedoeling moet blijken uit objectieve gegevens. Indien verkoper wist of had moeten weten van btw-fraude door de koper dan heeft hij geen recht op het nultarief voor een ICL.

 Een particulier wordt als btw-ondernemer beschouwd voor de intracommunautaire verwerving van een nieuw vervoermiddel. Hierdoor wordt bewerkstelligd dat op dit vervoermiddel btw drukt in de EU-lidstaat waar het eindverbruik plaatsvindt. In deze zaak gaat het om de vraag of een lidstaat aan het toepassen van het nultarief voor de ICL van een nieuw vervoermiddel aan een particulier de voorwaarde mag verbinden dat de koper (permanent) verblijft in het land waarnaar het nieuwe vervoermiddel wordt vervoerd. Het HvJ oordeelt van niet. Een beslissing die wij onderschrijven. Hoewel btw-fraude met intracommunautaire transacties een groot probleem is, dient een bonafide verkoper niet de rekening gepresenteerd te krijgen van (mogelijke) btw-fraude door de koper. Wil een verkoper als bonafide aangemerkt worden dan moet hij beschikken over objectieve gegevens waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden voor het nultarief voor een ICL en mag hij ook niet wegkijken bij btw-fraudesignalen. Voor meer informatie over de ICL zie 9.1; voor meer informatie over btw-fraudesignalen zie 12.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op