3 juni 2015Uitvoering kredietbemiddelingsdiensten op basis van twee overeenkomsten één btw-vrijgestelde prestatie

Het genereren van kredietleads, het uitvoeren van werkzaamheden voor het internetplatform en het behandelen van kredietaanvragen voor een kredietbemiddelaar op basis van twee overeenkomsten kwalificeert als één btw-vrijgestelde dienst inzake kredietbemiddeling. Het onderbrengen van deze vrijgestelde bemiddelingshandelingen in twee overeenkomsten komt neer op het kunstmatig splitsen ervan, aldus Rechtbank Noord-Holland. 

V.O.F. X (hierna: X) beheerde tot december 2012 een website inzake leningen en een website inzake verzekeringen, waarbij de nadruk op de website inzake leningen lag. De firmanten van X beoordeelden aanvragen, namen telefonisch contact op met de aanvrager voor aanvullende gegevens en voerden BKR-checks uit. Daarna werd de aanvraag voorgelegd aan één of meerdere kredietverstrekker(s). Vervolgens legden zij de offertes die zij ontvingen voor aan de aanvrager, waarna het gekozen contract kon worden getekend. Niet in alle gevallen kwam het tot een kredietovereenkomst. X ontving een doorlopende provisie van de kredietverstrekker voor de afgesloten overeenkomsten. X betaalde Google een vergoeding per klik om hoog in de zoekresultaten te staan via de dienst ‘AdWords’. 

In 2012 heeft X een overeenkomst gesloten met C B.V. (hierna: C), een andere kredietbemiddelaar. Op grond van deze overeenkomst verricht X een aantal diensten voor C, bestaande uit het opleveren en gedurende de overeengekomen tijd exclusief ter beschikking van C stellen van het internet-platform ‘F’ waarop informatie over consumentenkrediet gespreid wordt, zodanig dat C met dit platform geschikte nieuwe kredietaanvragen kan genereren, en het instandhouden, instellen en wijzigen van uitingen zoals ‘adwords’ met betrekking tot dit platform. X ontvangt hiervoor een basisvergoeding en een staffelvergoeding die uitgaat van het totaal maandelijks gesloten contractbedrag. X en C hebben vervolgens een tweede overeenkomst gesloten, op grond waarvan X kredietaanvragen die C aan haar toewijst op naam van C volledig behandelt, overeenkomstig de bij C geldende werkwijze en kwaliteitseisen. X ontvangt hiervoor een vastgesteld bedrag per kredietaanvraag. 

Volgens X is sprake van verschillende prestaties: het genereren van de kredietleads (btw-vrijgesteld), de werkzaamheden voor het internetplatform (btw-belast) en de werkzaamheden op basis van de tweede overeenkomst (eveneens btw-belast). De inspecteur meent daarentegen dat sprake is van één prestatie, die kwalificeert als het bemiddelen bij kredietverlening en is vrijgesteld van btw-heffing. Het doel van C is het tot stand komen van kredietovereenkomsten. Het internetplatform is slechts het middel om het gewenste resultaat te bereiken. Met het opmaken van twee overeenkomsten, één voor het in stand houden van het internetplatform en één voor de behandeling van de kredietaanvragen, wordt de hoofdprestatie, het bemiddelen bij kredietverlening, kunstmatig gesplitst, aldus de inspecteur, die het verzoek om teruggaaf van X heeft geweigerd. 

Rechtbank Noord-Holland heeft in deze zaak geoordeeld dat de diensten als één prestatie moeten worden beschouwd en wel als de bemiddeling bij de verlening van krediet. De rechtbank haalt hierbij het CPP-arrest van het HvJ EU aan, waarin geoordeeld is dat elke verrichting normaal gesproken als onderscheiden en zelfstandig moet worden beschouwd, maar een verrichting waarbij economisch gesproken één prestatie wordt verleend, niet kunstmatig uit elkaar moet worden gehaald. Het onderbrengen van de vrijgestelde bemiddelingshandelingen in twee overeenkomsten komt neer op het kunstmatig splitsen ervan, aldus de rechtbank. Hierbij is van belang dat X en C geen wijziging hebben ervaren als gevolg van de splitsing van de werkzaamheden in twee overeenkomsten en het wezenlijke doel van partijen nog steeds het sluiten van kredietovereenkomsten is. hiervoor zijn alle werkzaamheden van X van belang. Het gebruik van het internetplatform en de behandeling van de aanvraag zijn bijkomstige diensten, aangezien zij bedoeld zijn om de hoofddienst (de kredietbemiddeling) zo aantrekkelijk mogelijk te maken, zo oordeelt de rechtbank. De feiten dat X geen doorlopende provisie meer ontvangt van C en als onderaannemer voor C werkt, zijn niet van belang voor de beoordeling van de prestatie.

Zie