29 april 2014Uitsluiting kerkgenootschappen in Mededeling 40 niet in strijd met gelijkheidsbeginsel

Stichting X (hierna: X) heeft in 1997 grond aangekocht en hierop een pand laten bouwen, dat zij in september 2001 – vóór de voltooiing van de bouw – in gebruik genomen heeft voor de verhuur van ruimten. De bouw van het pand is onder andere gefinancierd door kerkgenootschap C. X stelde wekelijks op zondag een samenkomstzaal, de daarin opgestelde stoelen en enkele naastgelegen ruimten ter beschikking aan C. Daarnaast stelde X een kantoorruimte ter beschikking aan D en twee kantoorruimten, een opslagruimte en een winkelruimte aan E. Tot slot heeft X in 2001 één dag en drie dagen ruimten ter beschikking gesteld aan respectievelijk K en L. X heeft de verhuurdiensten belast met btw en deed een beroep op Mededeling 40, een goedkeuring om de kortdurende verhuur aan steeds wisselende huurders te belasten met btw zonder te opteren voor btw-belaste verhuur. De inspecteur stelde zich op het standpunt dat X het pand na ingebruikneming voor niet meer dan 30% voor btw-belaste prestaties heeft gebruikt en dat om die reden bij ingebruikneming een integratieheffing verschuldigd was, waarna hij een naheffingsaanslag heeft opgelegd. X is in verweer gekomen tegen deze naheffing.

Hof Den Bosch heeft in deze zaak geoordeeld dat, voor zover sprake is van wisselende gebruikers, sprake is van vrijgestelde verhuur van het onroerend goed. De prestaties hebben in hoofdzaak de passieve terbeschikkingstelling van ruimten ten doel, tegen een vergoeding die verband houdt met het tijdsbeslag. Hieraan doen de door X verrichte diensten volgens het hof niet af. Voorts oordeelde het hof dat X geen beroep kon doen op Mededeling 40, aangezien zij kwalificeerde als een aan een kerkgenootschap verbonden lichaam, waarop de goedkeurende regeling niet van toepassing is. X kon in dit verband evenmin een beroep doen op het gelijkheidsbeginsel, aldus het hof.

Naar aanleiding het door X ingestelde cassatieberoep oordeelt de Hoge Raad dat het unierecht ruimte laat voor een integratieheffing bij de ingebruikneming van een pand dat op eigen grond gebouwd is en voor vrijgestelde doeleinden in gebruik wordt genomen. Onduidelijk is echter of het pand door X voor vrijgestelde bedrijfsdoeleinden in gebruik is genomen. Het oordeel van het hof dat X de ruimten slechts passief ter beschikking stelt en nimmer sprake kan zijn van een btw-belaste terbeschikkingstelling, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting dan wel behoeft meer motivering. Indien sprake is van een verhuurdienst dan is de Hoge Raad van oordeel dat de uitsluiting van kerkgenootschappen en hiermee verbonden lichamen van de toepassing van de goedkeuring in Mededeling 40 stoelt op praktische overwegingen, zodat die uitsluiting gerechtvaardigd is. De Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof Arnhem-Leeuwarden ter verdere behandeling.

Het besluit van 14 juli 2009 waarin de goedkeuring om kortdurende verhuur te belasten met btw is opgenomen, is per 19 september 2013 vervangen door een nieuw besluit, waarin kerkgenootschappen en hiermee verbonden lichamen niet langer per definitie worden uitgesloten van deze goedkeuring.

Zie 7.8 voor meer informatie over de verhuur van onroerend goed.?

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op