28 november 2016Uitsluiting alcoholische dranken van 6%-tarief voor restaurantdiensten toegestaan

Na Rechtbank Zeeland-West-Brabant en Rechtbank Gelderland heeft nu ook Rechtbank Noord-Nederland geoordeeld dat de uitsluiting van alcoholische dranken van het lage btw-tarief voor restaurantdiensten toegestaan is.

Een jaar geleden hebben wij op BTW-PLAZA melding gemaakt van een proefprocedure over de btw in de horeca. Concrete vraag is of het verstrekken van alcoholhoudende dranken van het lage btw-tarief van 6% mag worden uitgezonderd. Inmiddels is door drie rechtbanken uitspraak gedaan. In een tweetal zaken is in oktober jl. door Rechtbank Gelderland en Rechtbank Zeeland-West-Brabant geoordeeld dat de btw-richtlijn uitdrukkelijk toestaat om in het kader van één restaurantdienst twee tarieven te hanteren en de levering van alcoholhoudende dranken van het verlaagde btw-tarief voor restaurantdiensten uit te sluiten en dat de regeling in de Nederlandse wet hiermee in overeenstemming is, ook al is de uitsluiting in de Nederlandse wet anders geformuleerd dan in de btw-richtlijn. In een recente zaak komt Rechtbank Noord-Nederland tot eenzelfde oordeel.

In deze zaak gaat het om een horecagelegenheid die uitsluitend restaurantdiensten verricht. De horecagelegenheid heeft verzocht om aanvullende teruggaaf van € 8.224 btw over de maand oktober 2014, omdat over de omzet voor het verstrekken van alcoholhoudende dranken naar haar mening ten onrechte 21% btw voldaan is. De inspecteur heeft dit bezwaar afgewezen. Voor de rechtbank is in geschil of over de alcoholhoudende dranken die de horecagelegenheid bij lunches en serveert 6% of 21% btw verschuldigd is. De horecagelegenheid is van mening dat de verstrekking van alcoholhoudende dranken in dat geval als bijkomende dienst opgaat in de hoofdprestatie, de restaurantdienst.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de verstrekking van alcoholhoudende dranken en de verstrekking van maaltijden vanuit de klant (de modale consument) gezien één onsplitsbare prestatie vormt, namelijk een restaurantdienst. Dit laat echter onverlet dat de rechtbank van oordeel is dat op het verstrekken van alcoholhoudende dranken, óók als element van die ene restaurantdienst, het normale tarief van 21% btw van toepassing is. Hoewel één levering of dienst in beginsel aan één btw-tarief onderworpen is, geldt een uitzondering als een bepaald onderdeel van deze levering of dienst nadrukkelijk van het verlaagde btw-tarief wordt uitgezonderd. De rechtbank wijst erop dat de Hoge Raad uit onder meer het Talacre Beach Caravans Sales-arrest van het HvJ heeft afgeleid dat, ook als aan de hand van de in de rechtspraak ontwikkelde criteria wordt geconcludeerd dat voor de btw-heffing één enkele prestatie wordt verricht, niet is uitgesloten dat – onder voorwaarden – afzonderlijke toepassing van het tarief over onderdelen van de prestatie mogelijk is. Hieruit volgt in ieder geval dat lidstaten de toepassing van het verlaagde btw-tarief kunnen beperken tot bepaalde concrete en specifieke aspecten van (categorieën) van prestaties. Naar het oordeel van de rechtbank is in casu binnen de restaurantdienst als ‘concreet en specifiek element’ het verstrekken van alcoholhoudende dranken te onderscheiden, waarvoor, indien afzonderlijk verricht, het verlaagde btw-tarief niet geldt. De rechtbank verklaart het beroep van de horecagelegenheid ongegrond.

 Dat tot op heden al drie rechtbanken de horecaondernemers in het ongelijk stellen verrast ons niet. Zoals wij een jaar geleden schreven, bestaat voor de uitsluiting van alcoholische dranken van het verlaagde btw-tarief voor restaurantdiensten een expliciete grondslag in de btw-richtlijn.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op