19 januari 2018Uitsluiting alcoholische dranken van 6%-tarief voor restaurantdiensten toegestaan

Hof ’s-Hertogenbosch heeft geoordeeld dat de uitsluiting van alcoholische dranken van het lage btw-tarief voor restaurantdiensten is toegestaan.

Feiten

Een BV exploiteert een horecagelegenheid. In geschil is of het verlaagde btw-tarief van toepassing is op de alcoholhoudende drank die de BV bij lunches en diners serveert. Volgens de inspecteur is het tarief van 21% van toepassing. De BV voert aan dat er bij restaurantdiensten sprake is van één dienst voor de btw-heffing, waarbij het verstrekken van voedingsmiddelen voorop staat en het verstrekken van drank daarin opgaat.

Procedure

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de verstrekking van alcoholhoudende dranken en de verstrekking van maaltijden vanuit de klant (modale consument) gezien één onsplitsbare prestatie vormt, namelijk een restaurantdienst. Dit laat echter onverlet dat de rechtbank van oordeel is dat op het verstrekken van alcoholhoudende dranken, óók als element van die ene restaurantdienst, het normale tarief van 21% btw van toepassing is. De btw-richtlijn staat uitdrukkelijk toe om in het kader van één restaurantdienst twee onderscheiden tarieven te hanteren en de levering van alcoholhoudende drank in het kader van die dienst van het verlaagde tarief uit te sluiten, op grond van art. 98 btw-richtlijn jo bijlage III 12bis btw-richtlijn. De regeling in de Nederlandse wet is volgens de rechtbank in overeenstemming met hetgeen krachtens de btw-richtlijn is geoorloofd, ook als is deze iets anders geformuleerd (art. 9 wet OB jo. Tabel 1 onder a 1 t/m c).

Hof ’s-Hertogenbosch acht deze beslissing van de rechtbank juist en op goede gronden genomen. Aangezien partijen in hoger beroep geen andere standpunten hebben ingenomen, heeft het hof de uitspraak van de rechtbank bevestigt en het hoger beroep ongegrond verklaard.

Dat tot op heden al meerdere rechtbanken en nu ook het hof de horecaondernemers in het ongelijk stellen verrast ons niet. Zoals wij eerder al schreven, bestaat voor de uitsluiting van alcoholische dranken van het verlaagde btw-tarief voor restaurantdiensten een expliciete grondslag in de btw-richtlijn.
Dat de horecagelegenheid in deze procedure op grond van het Unierecht meent dat het 6%-tarief van toepassing is, achten wij daarom geen houdbaar argument. Ook het standpunt dat de formulering in de Nederlandse wet afwijkt van de btw-richtlijn is naar onze mening geen sterk argument, aangezien geen verplichting bestaat een richtlijn woordelijk over te nemen. Hoewel het zonder meer juist is dat de splitsing van omzet voor de horecasector een lastige klus is, is dit onvoldoende om een wettelijke maatregel terzijde te schuiven.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op