3 juni 2014Uitsluitend verklaring buitenlandse afnemer onvoldoende voor 0%-tarief uitvoer

Een btw-ondernemer die goederen uitvoert naar een land buiten de EU dient het 0%-tarief toe te passen. Alleen, hij moet die uitvoer van de goederen wel aannemelijk kunnen maken. Kan hij dit niet dan riskeert hij een naheffing van 21% (of 6%) btw en een vergrijpboete. Recent is (op verzoek) een beslissing van Rechtbank Arnhem uit 2012 gepubliceerd die dat onderstreept.

Het gaat in de procedure om een v.o.f. die handelt in nieuwe en gebruikte ICT-apparatuur en de afvoer van buiten gebruik gestelde ICT-apparatuur. De v.o.f. is eind 2008 opgeheven. In 2008 heeft er een boekenonderzoek plaatsgevonden waarbij de administratie niet ter hand is gesteld. De inspecteur heeft vervolgens de toepassing van het 0%-tarief gecorrigeerd evenals de genoten btw-aftrek middels een naheffingsaanslag plus een vergrijpboete van 50%.

De rechtbank oordeelt dat ter onderbouwing van de toepassing van het 0%-tarief in de maanden juli, augustus en september 2008 geen enkele factuur is overgelegd. Ook is door de v.o.f. geen enkele administratie overgelegd waarbij zou blijken dat de ICT-apparatuur naar de Oekranië is vervoerd, zoals de v.o.f. stelt. De enkele verklaring van firma G met een opsomming van de leveringen waarin wordt verwezen naar gegevens op een oude laptop, e-mailverkeer en teruggevonden notities zijn onvoldoende om de toepassing van het 0%-tarief te rechtvaardigen, omdat de gegevens waarnaar verwezen wordt niet zijn overgelegd. De rechtbank hecht aan deze verklaring derhalve geen waarde. Ook de verklaring van de persoon H van de firma G is onvoldoende, omdat boeken en bescheiden die deze verklaring ondersteunen ontbreken. Dat de v.o.f. de gehele boekhouding in verband met een overname van de goodwill heeft verzonden naar India en deze niet (volledig) heeft terugontvangen dient voor haar rekening te komen, omdat de v.o.f. ook kopieën van de boekhouding had kunnen maken alvorens deze naar India te verzenden.

Voor zover de inkoopfacturen ontbreken heeft de v.o.f. geen recht op btw-aftrek, omdat zij niet beschikt over een op de juiste wijze opgemaakte factuur. Voor de als bijlage bij het beroepschrift gevoegde facturen van D B.V. heeft zij wel recht op btw-aftrek, omdat gesteld noch gebleken is dat de leveringen niet aan de v.o.f. hebben plaatsgevonden. Dat op de facturen het onjuiste btw-identificatienummer van de v.o.f. staat doet hieraan niet af. Het feit dat uit een derdenonderzoek bij D B.V. is gebleken dat deze facturen niet in diens administratie zijn opgenomen is niet relevant voor het aftrekrecht van de v.o.f. Omdat de v.o.f. niet aannemelijk heeft gemaakt dat de inspecteur het vertrouwen heeft gewekt dat hij de naheffingsaanslag zou laten varen naar aanleiding van een uitspraak van de rechtbank op 5 april 2011 in de zaak met nummer AWB 10/1614, ook indien de administratie en de facturen niet zijn overgelegd faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel. De rechtbank vermindert de opgelegde naheffingsaanslag van ruim € 125.000 tot  ruim € 108.000. Omdat partijen het erover eens zijn dat de opgelegde boete moet worden vernietigd, volgt de rechtbank partijen hierin.

Voor meer informatie over het 0%-tarief bij uitvoer zie 9.3. Wilt u weten of u of uw cliënten wel (voldoende) bewijsstukken hebben voor de toepassing van het 0%-tarief bij intracommunautaire leveringen of uitvoer? Neem dan contact op met onze btw-specialisten via het e-mailadres info@btwplaza of het telefoonnummer 088 – 298 98 98. Zij brengen graag voor u in kaart op welke punten de administratie verbeterd moet worden om ‘0%-proof’ te zijn.?? ?

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op