31 januari 2014Tussenschuiven STAK leidt niet tot verbreking fiscale eenheid btw

Een B.V. (hierna: B.V. A) exploiteert een saunaclub met erotisch entertainment en huurt voor deze doeleinden een pand van B.V. B. De aandelen van B.V. A zijn gecertificeerd en zijn door B.V. B vervreemd aan een Stichting Administratiekantoor (hierna: STAK). De STAK houdt de aandelen met de daaraan verbonden zeggenschap en geeft in ruil daarvoor certificaten uit die recht geven op dividend. De aandelen van  B.V. B zijn eveneens gecertificeerd en vervreemd aan een STAK. In 2007 zijn B.V. A en B.V. B aangemerkt als fiscale eenheid. De B.V.’s hebben hiertegen bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is echter afgewezen. De B.V.’s zijn niet in beroep gegaan tegen deze afwijzing.

De exploitant meent dat er drie, van elkaar te onderscheiden prestaties worden verricht, namelijk de exploitatie van een sauna- annex badinrichting (belast met 6% btw), de exploitatie van een horecabedrijf (eveneens belast met 6% btw) en de exploitatie van ontspanningsruimten (belast met (destijds) 19% btw). De inspecteur van de Belastingdienst meent echter dat sprake is van één ondeelbare prestatie, die belast is met (destijds) 19% btw en heeft om die reden een naheffingsaanslag opgelegd aan de fiscale eenheid.  

In eerste aanleg oordeelde Rechtbank Breda dat de aanslag terecht aan de fiscale eenheid is opgelegd, nu het bezwaar van B.V. A en B.V. B tegen de beschikking is afgewezen en zij hiertegen niet in beroep zijn gekomen. Daarnaast heeft de exploitant naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende onderbouwd dat sprake zou zijn van drie afzonderlijke prestaties. In hoger beroep heeft Hof Den Bosch eensluidend geoordeeld. Voorts oordeelde het hof dat de ondeelbare prestatie niet kwalificeert als de btw-vrijgestelde verhuur van onroerend goed. De fiscale eenheid heeft tegen deze uitspraak cassatieberoep ingesteld.

In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat de financiële verwevenheid tussen B.V. A en B.V. B niet is doorbroken door tussenkomst van de STAK’s, omdat B.V. B indirect alle inkomsten van een aandeelhouder geniet en voorts haar enige bestuurder, doordat deze tevens enig bestuurder is van de STAK van B.V. A, feitelijk ook de aan de aandelen van A B.V. verbonden zeggenschap uitoefent. Het oordeel dat sprake is van één ondeelbare prestatie door de fiscale eenheid, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan voor het overige in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Ten slotte oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het 6%-tarief van toepassing is.

Dit arrest betekent voor de praktijk dat het tussenplaatsen van een STAK niet automatisch betekent dat daardoor de financiële verwevenheid verbroken wordt. Voor dit arrest en meer informatie over de fiscale eenheid btw zie 1.10 van het btw-handboek.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op