21 november 2014Tussenkomst winkelier bepalend voor maatstaf van btw-heffing opwaardeerkaart

Een B.V. biedt telecommunicatiediensten aan via een prepaid systeem. De B.V. heeft geen eigen netwerk, maar maakt gebruik van het netwerk van een telecomprovider. Als de B.V. een overeenkomst met een klant is aangegaan, verstrekt zij een SIM-kaart met een uniek 06-nummer. De B.V. verkoopt beltegoed via multifunctionele telefoonkaarten. Met deze opwaardeerkaarten kan de klant bellen, sms’en en gebruikmaken van andere diensten, zoals informatiediensten en het downloaden van ringtones. De klant kan deze opwaardeerkaarten online bestellen, maar kan deze ook via winkeliers kopen. De opwaardeerkaarten hebben een nominale waarde van € 10 of € 20. Bij verkoop via de winkeliers verkoopt de B.V. de kaarten tegen de nominale waarde minus de afgesproken korting (ca. 10%). De winkelier verkoopt de kaarten tegen de nominale waarde aan de klant. Ter zake van beide verkopen wordt geen btw in rekening gebracht. In geschil is of dit juist is, en zo nee, over welk bedrag de B.V. btw verschuldigd is. Het geschil betreft het tijdvak december 2008.

In deze zaak is door Rechtbank Haarlem en Hof Amsterdam geoordeeld dat de maatstaf van heffing voor de verkoop van opwaardeerkaarten wordt gevormd door de ontvangen tegenprestatie, dat wil zeggen het daadwerkelijk van de winkelier ontvangen bedrag. De B.V. is naar het oordeel van het hof over dit ontvangen bedrag geen btw verschuldigd, omdat de opwaardeerkaart kwalificeert als een waardepapier waarvan de verkoop is vrijgesteld. A-G Van Hilten adviseert de Hoge Raad om het door de staatssecretaris ingestelde cassatieberoep ongegrond te verklaren.

De Hoge Raad oordeelt dat voor de uitkomst van onderhavig geschil beslissend is in welke hoedanigheid de winkelier de opwaardeerkaart aan de gebruiker verstrekt. Het hof heeft met partijen derhalve ten onrechte als uitgangspunt genomen dat de (contractuele) verhouding tussen de B.V. en de winkelier alsmede die tussen de winkelier en de gebruiker van de opwaardeerkaart niet relevant is voor de beslechting van het geschil. De Hoge Raad verwijst de zaak ter verdere behandeling met inachtneming van dit arrest naar Hof Den Haag.

In het arrest laat de Hoge Raad derhalve in het midden of de verkoop van de opwaardeerkaarten op grond van de (destijds geldende) Nederlandse btw-beleid btw-vrijgesteld is, zoals de A-G meent. Zie voor meer informatie over de btw-behandeling van telefoonkaarten 8.3.1.7 van het btw-handboek.

 

?

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op