21 april 2017Toewijzen van bij deelnemende woningcorporaties in beheer zijnde huurwoningen niet belast met btw

Een vereniging, die fungeert als samenwerkingsverband van woningcorporaties en die huurwoningen die in beheer zijn bij deze corporaties verdeelt onder woningzoekenden, is naar het oordeel van Hof Den Haag geen btw verschuldigd over haar activiteiten, omdat sprake is van een btw-vrijgestelde dienst of omdat het ondernemerschap ontbreekt.

Vereniging X is in juni 2013 opgericht en is een samenwerkingsverband van 19 woningcorporaties in de regio. X houdt zich bezig met het, met behulp van een geautomatiseerd systeem, verdelen (het toewijzen aan woningzoekenden) van huurwoningen die in beheer zijn bij de deelnemer woningcorporaties. Het doel daarvan is gezamenlijk zorg te dragen voor een rechtvaardige, doelmatige en klantgerichte verdeling van de woonruimten, namelijk conform de Huisvestingsverordening 2013. X heeft geen winstoogmerk.

Het dagelijks bestuur van het samenwerkingsorgaan Y, een gemeenschappelijke regeling, draagt zorg voor het aanleggen en bijhouden van een register van woningzoekenden ten behoeve van het bepalen van de rangorde. Woningzoekenden kunnen zich in dit register inschrijven tegen betaling van inschrijfgeld van € 10 per jaar. Het bewijs van inschrijving blijft een jaar geldig, mits het inschrijfgeld tijdig is voldaan. Het dagelijks bestuur draagt er ook zorg voor dat woningzoekenden na een jaar in de gelegenheid worden gesteld om hun inschrijving te verlengen. Als de woningzoekende de inschrijving niet tijdig verlengt, inclusief vereiste betaling, wordt hij of zij uitgeschreven. Het dagelijks bestuur van Y heeft een aantal van zijn bevoegdheden gemandateerd aan X. In dat kader draagt X zorg voor het aanleggen en bijhouden van een gezamenlijke registratie van woningzoekenden en bepaalt zij de hoogte van het (her)inschrijfgeld. X heeft een part time medewerkster in dienst.

Ingeschreven woningzoekenden kunnen een profiel aanmaken op een website, waarop het woningaanbod te vinden is. De feitelijke uitvoering van het inschrijvings- en informatiesysteem berust bij Z NV. Z factureert zijn werkzaamheden aan X, die ook voor de betaling zorgt. Bij de start van de activiteiten van X hebben de aangesloten woningcorporaties leningen verstrekt aan X. Met de overschotten die X behaalt, lost zij de leningen af. Het meerdere wordt, als het niet wordt aangewend, verstrekt aan de leden.

X adverteert ook voor niet-aangesloten woningcorporaties. De vergoeding die zij daarvoor ontvangt, geeft zij aan als btw-belaste omzet. De inspecteur van de Belastingdienst is van mening dat de activiteiten van X, bestaande uit het verdelen van huurwoningen, eveneens een btw-belaste activiteit is. X bestrijdt dit. Rechtbank Den Haag heeft in eerste aanleg geoordeeld dat X met deze activiteiten diensten verricht, bestaande uit het verlenen van toegang tot informatie en het verkrijgen/verhogen van een plaats op de wachtlijst. X heeft tegen deze uitspraak hoger beroep aangetekend.

Recent heeft Hof Den Haag het hoger beroep van X gegrond verklaard. Het hof stelt voorop dat uit de gedingstukken het beeld naar voren komt van een zeer hechte samenwerking tussen X en de woningcorporaties, zodat de activiteit in kwestie kwalificeert als ‘van door de woningcorporaties verrichte verhuurprestaties niet weg te denken ondersteunende dienstverlening’. Deze prestaties vormen één ondeelbare, btw-vrijgestelde prestatie met de verhuur.

Aangezien X als een onzelfstandige assistent fungeert, is zij naar het oordeel van het hof niet aan te merken als btw-ondernemer. X heeft weliswaar een eigen doelstelling, bestuur en bankrekening, maar haar bestuursleden maken eveneens deel uit van de besturen van de woningcorporaties, het initiatief tot oprichting van X ligt bij deze corporaties, juist zij hebben baat bij de activiteiten van X, X vertegenwoordigt de corporaties in diverse overlegorganen, X stelt haar systeem in beginsel niet aan anderen ter beschikking en int geen inschrijfgelden voor anderen.

Ook als X wel btw-ondernemer zou zijn zou btw-heffing naar het oordeel van het hof achterwege kunnen blijven, omdat ofwel de prestaties dan toerekenbaar zouden zijn aan de woningcorporaties zelf, ofwel de koepelvrijstelling toegepast zou kunnen worden. De dienstverlening van X is, kortom, hoe dan ook niet met btw belast.

Zie