20 juni 2012Toch overgangsregeling btw-verhoging verbouwingsdiensten

In het wetsvoorstel Uitwerking fiscale maatregelen Begrotingsakkoord 2013 is een btw-verhoging opgenomen van 19% naar 21%. Op grond van dit wetsvoorstel geldt het 21%-tarief voor alle prestaties die op of na 1 oktober 2012 zijn verricht. Dit betekent dat de oplevering van een gebouw op of na 1 oktober 2012 volledig belast zou zijn met 21% btw, ongeacht of reeds termijnfacturen met 19% voor die datum zijn ontvangen. Vanwege het maatschappelijke belang dat met de bouw van onroerend goed is gemoeid, is in het wetsvoorstel geregeld dat bij een oplevering van nieuwbouw op of na 1 oktober 2012 de termijnen tot die datum met 19% btw gefactureerd mogen worden. Deze overgangsregeling geldt niet voor verbouwingsdiensten die op of na 1 oktober 2012 worden afgerond. Dit betekende dat de volledige verbouwingsdienst belast is met 21% btw indien deze op of na 1 oktober 2012 wordt afgerond. 

Naar aanleiding van het wetgevingsoverleg keurt de staatssecretaris alsnog goed dat de overgangsregeling voor nieuwbouw ook geldt voor apart overeengekomen verbouwingsdiensten aan onroerende goederen waarbij de vergoeding vervalt in termijnen naarmate de verbouwing vordert. De overgangsregeling geldt niet voor het verrichten van onderhouds- en herstelwerkzaamheden. Hieronder worden werkzaamheden verstaan die (vrijwel) uitsluitend zijn gericht op de instandhouding van het onroerend goed, zoals het vervangen van kozijnen of dakgoten en het vernieuwen van dakbedekking. De overgangsregeling ziet slechts op verbouwingsdiensten waarbij sprake is van een verandering van de inrichting, de aard of de omvang van het onroerend goed. Dat is bij woningen bijvoorbeeld het geval bij veranderingen aan/het plaatsen van keukens en badkamers, het aanbouwen van een serre en het aanbrengen van een dakkapel.

Als in het kader van de uitvoering van een en hetzelfde contract naast verbouwingswerkzaamheden tevens werkzaamheden worden verricht die van belang zijn voor de instandhouding van het onroerend goed, zodat het contract mede een element van onderhoud of herstel in zich draagt, is niettemin het geheel aan te merken als een verbouwing, mits de werkzaamheden als geheel niet (vrijwel) uitsluitend gericht zijn op de instandhouding van het onroerend goed. In dat geval is een splitsing niet nodig en is de overgangsregeling op de gehele verbouwing van toepassing. Daarbij neemt de staatssecretaris aan dat de aannemer ook 19% btw in rekening brengt aan de klant op de termijnfacturen die zijn uitgereikt vóór 1 oktober 2012.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op